Album van de week Argerich & Ozawa

© Michiharu Okubo / Decca

Wie bewijs wil dat muzikale rijpheid, wijsheid en jeugd met de jaren komt, moet onverwijld de opname van Beethovens Tweede Pianoconcert met Martha Argerich en het Mito Chamber Orchestra onder leiding van Seiji Ozawa beluisteren. De eerste opname van deze combinatie met Beethovens Eerste Pianoconcert en diens Eerste Symfonie werd al de hemel in geprezen, maar de live-registratie van het Tweede Pianoconcert is de overtreffende trap van jeugdige lef en lenteachtige frisheid.

En dan te bedenken dat Martha Argerich volgend jaar tachtig wordt en Seiji Ozawa dit jaar zijn vijfentachtigste verjaardag viert. Ze laten niet na om duidelijk te maken dat ze tot de éminence grises van het klassieke muziekleven behoren. Fier staan ze met heerlijk grijze haardossen op de cover. Die grijsheid is absoluut geen indicatie van wat het album brengt. Integendeel. Argerich is haar eigenwijze en poëtische zelf en lapt met meer durf en zekerheid dan ooit alle conventies aan haar laars. Vooral in het prachtige tweede deel blinkt ze, zonder Beethovens taal geweld aan te doen, uit in briljante struikelaccenten en adembenemende adempauzes.

Egoloos spel

Dat ze daarin het Mito Chamber Orchestra en Ozawa meekrijgt, is tekenend voor het welhaast egoloze spel van deze beide oude mensen die niets meer hoeven te bewijzen. Ozawa stuurt het orkest zonder de springerige haast die hij vroeger wel had als de vleugel zwijgt, en volgt schijnbaar zonder weerstand op de momenten dat Argerich het hoogste woord heeft. De Japanse dirigent is als de trotse echtgenoot die met vaste hand zijn vrouw laat stralen en haar ondertussen liefdevol op het rechte pad houdt. Wat dat aangaat is de coverfoto een perfecte indicatie van alles wat deze live opname brengt.

Een pianist om rekening mee te houden

Dat Tweede Pianoconcert, gecomponeerd tussen 1787 en 1789, is overigens officieus Beethovens eerste. Het werk hield hem lang bezig en hij voltooide het pas in 1795 in zijn nu bekende vorm. Inmiddels had hij ook al zijn veel sneller geschreven en eerder uitgegeven Pianoconcert in C op.15 achter zijn naam staan. Beide concerten ademen, hoewel redelijk verschillend, de sfeer van een componist die zijn weg heeft gevonden op het gebied van de symfonische taal en het soloconcert en die zichzelf in het Wenen van de late achttiende eeuw krachtig wil presenteren als een pianist om rekening mee te houden.
Dat Beethoven daarbij dankbaar op zijn kennis van Mozart leunt, doet niets af aan het voorgaande. Het thema waarmee de piano zich in het eerste deel na de orkestintroductie meldt mag dan net als in Mozarts concerten KV466 en KV491 compleet nieuw zijn, wat Beethoven er vervolgens mee doet, is ook in dit ‘vroege’ pianoconcert al op en top Beethoveniaans.

Manifest van kwaliteit

Toch is het terecht dat na Beethovens pianoconcert het sprankelende Allegro uit Mozarts Divertimento in D klinkt. Niet alleen om Mozarts invloed op Beethoven duidelijk te maken, maar ook omdat dit een cadeautje van het Mito Chamber Orchestra en Ozawa voor Argerich was toen ze in 2017 verheven werd in de Orde van de Rijzende Zon tijdens haar jaarlijkse Japanse festival ‘Argerich’s Meeting Point in Beppu’. De opname, opgenomen in één enkele take tijdens een repetitie, is in elk geval een manifest van de kwaliteit van het orkest.
Dat Mito Chamber Orchestra is niet eens zo oud en is in relatief korte tijd uitgegroeid tot een factor om rekening mee te houden. Het gezelschap werkt zonder vaste dirigent. Het werd in 1990 opgericht ter gelegenheid van de opening van de Art Tower in het Japanse Mito. Ozawa zelf steunde het idee een kamerorkest te formeren en was nauw betrokken bij het selecteren van de musici. Dat die groep, waarin weinig verloop zit, tot veel in staat is, bleek ook uit de registratie van Beethovens Negende Symfonie onder leiding van Ozawa die begin 2019 verscheen. Ondanks een relatief kleine bezetting van 48 musici en 32 koorleden dendert de symfonie meeslepend naar de overdonderende climax.
Het album sluit af met de vijfdelige Holberg Suite van Edvard Grieg. Ozawa voert deze suite zodanig uit, dat Bach, Mozart en Beethoven heel dichtbij klinken. En dat is naast lef misschien wel een ander voordeel van een hogere leeftijd: voortschrijdend inzicht leidend tot toenemende schoonheid.


Lees en luister ook