Top 10 Insecten in de muziek

© iStock

Door de eeuwen heen hebben componisten hun inspiratie gevonden in de natuur en het dierenrijk. Toch lijkt één categorie met voorsprong favoriet: insecten. Het gezoem van bijen, vliegen en muggen, het getsjirp van krekels, het lichtvoetige gefladder van vlinders, ze vliegen allemaal langs in composities in alle soorten en maten.

Van beknopte pianostukjes tot overdonderende orkestwerken, van simpele liedjes tot verwoede mishandelingen van harp, viool of wat voor instrument dan ook: het geluid van insecten heeft heel wat teweeg gebracht in de klassieke muziek. Zo schreef Schubert een stuk voor viool en piano met de beeldende titel Die Biene, verwerkte Chopin het gezoem van bijen in zijn Etude op. 25 nr. 2, zong Moessorgski over een vlieg, schreef Telemann een symfonie waarin een krekel de hoofdrol vervult en liet Paul Patterson in Bugs allerlei muggen en mieren over de snaren van de harp kruipen. En dat is slechts het topje van de ijsberg dat dit lijstje niet haalde. De werken die wel geselecteerd zijn vormen om het buitenleven te vieren een klinkend insectarium in tien delen. Uiteraard staan ze in willekeurige volgorde en is de lijst hopeloos onvolledig.


Rimsky-Korsakov – Flight of the Bumble Bee

Uiteraard kan een representatie van insecten in de klassieke muziek niet zonder het ultieme insectenwerk: de Vlucht van de hommel van Nikolai Rimski-Korsakov. Ooit schreef hij het werk als een orkestraal tussenspel in de derde akte van zijn opera Het sprookje van tsaar Saltan. De magische Zwaanvogel verandert tijdens deze enerverende interlude de zoon van de tsaar in een hommel, zodat hij uit gevangenschap kan ontsnappen en zijn vader kan bezoeken. Het relatief korte werkje is een heel eigen leven gaan leiden en is zelfs onderwerp is van serieuze recordpogingen: wie kan de hommel het snelst laten vliegen? Het record op de viool schijnt op naam te staan van de Canadees Eric Speed die het werk in 53 seconden afraffelt. In het oorspronkelijke verhaal van Poesjkin is ook nog sprake van een Vlucht van de mug en een Vlucht van de Vlieg. Rimski-Korsakov vond de Vlucht van de Hommel wel genoeg.


Josquin Des Prez – El Grillo

Imitatie van dierengeluiden was ook in de renaissance een geliefd tijdverdrijf. Ook Josquin Des Prez, de grootmeester van verheven religieuze muzikale bouwwerken, kon in de late vijftiende eeuw de verleiding niet weerstaan. In een korte frottola, een eenvoudig soort chanson, laat hij de vier vocalisten het getsjirp van de krekel imiteren in snelle in elkaar hakende passages. In El Grillo gebruikte Josquin de krekel als een metafoor voor de liefde: de krekel zingt misschien minder mooi dan een vogel, maar houdt het langer vol. Een pleidooi voor duurzame relaties. Al gaat het verhaal dat Josquin het werkt schreef voor een collega, Carlo Grillo, om diens zang- en andere kwaliteiten te eren…


Béla Bartók – From the Diary of a Fly

Ook Béla Bartók ontkwam niet aan de aantrekkingskracht van de insectenwereld. Zo schreef hij het even korte als opwindende en geestige Uit het dagboek van een vlieg, een werk voor piano solo uit het zesde deel van zijn Mikrokosmos. Het iets meer dan een minuut durende werkje is het verhaal van een vlieg die gevangen zit in een spinnenweb verteld vanuit het perspectief van de vlieg. De zoemende rechterhand is de vlieg die wanhopig probeert te ontsnappen, de sluipende linkerhand is de spin. Ze volgen elkaar letterlijk op de voet en na een schijnbaar gevecht wordt het stiller. Hoewel het lijkt of de vlieg aan het slot het leven laat, is de verstilling eerder een verbeelding van de ontsnapping. Anders had de vlieg nooit zijn dagboek kunnen schrijven…


Benjamin Britten – Two insect pieces

Benjamin Britten bedacht in zijn jonge jaren vijf stukken te schrijven voor hobo en piano en elk deel aan een ander insect te wijden. De aanleiding was Sylvia Spencer, een goede vriendin van de jonge Britten, en bovendien een hoboïste die het niet zo op insecten had. Tussen 5 en 21 april 1935 schreef de toen 21-jarige Britten twee delen: The Grasshopper en The Wasp. De andere drie delen voltooide hij nimmer. Ook zonder kennis te nemen van de titels zijn de van plek naar plek dartelende sprinkhaan en de bij vlagen furieus zoemende wesp direct te herkennen. Spencer speelde de werken overigens nooit. Misschien omdat de insecten te herkenbaar waren…


Kaija Saariaho – Sept papillons

Nadat de Finse componiste Kaija Saariaho in 2000 de opera L’Amour de loin voltooid had, kreeg ze een aanval van ‘and now for something completely different’. Om de stevige thematiek van de opera – eeuwige liefde, verlangen en de dood – van zich af te schrijven, zocht ze iets luchtigs. Uiteindelijk kwam ze terecht bij de vlinder als metafoor voor beweging en vluchtigheid. Ze componeerde zeven miniaturen voor cello solo waarin telkens een ander aspect van de vlinder centraal staat. Hoewel Saariaho nimmer anekdotisch schrijft, zijn de zeven stukken met enige fantasie wel te herleiden naar aspecten van het altijd spannende vlinderleven. Het zijn in elk geval prachtige hedendaagse cellostukken.


Josef Strauss – Die Libelle

Josef Strauss is niet zo beroemd als zijn oudere broer Johann Strauss jr. Toch was Josef in zijn tijd minstens zo geliefd. Vooral zijn polka-mazur (een destijds populaire mix van polka en mazurka in een relaxt walstempo) Die Libelle op. 204, deed het erg goed bij het publiek. Strauss zou geïnspireerd zijn geraakt na een bezoek aan de Traunsee in 1866. De libellen die laag over het water scheerden deden hem direct naar zijn muziekpen grijpen. Inderdaad zijn de bewegingen van dit sierlijke insect direct herkenbaar. Het publiek kreeg er tijdens de première in elk geval geen genoeg van. Het werk moest liefst vier keer gebisseerd worden. Ook Johannes Brahms omarmde Die Libelle. In 1889 vertrouwde hij de pianoversie van het stuk zelfs, samen met zijn eigen Eerste Hongaarse dans, aan de wasrol toe.


Ralph Vaughan Williams – The Wasps

In het jaar 422 voor Christus schreef de Griekse toneelschrijver Aristofanes een bijtende satire onder de titel De Wespen. Ver voor George Orwells Animal Farm associeerde Aristofanes bepaalde bevolkings- of beroepsgroepen al met dieren. Hier gaat het om een groep veteranen die als jurylid bij de rechtspraak niets anders doet dan iedereen maar veroordelen. Zij zijn de wespen, en de steek van de wesp is de griffel waarmee de handtekening onder het oordeel wordt geplaatst. In 1908 begon Vaughan Williams in opdracht van de Greek Play Committee van de Universiteit van Cambridge aan de toneelmuziek bij de Engelse vertaling van De Wespen. In 1912 bewerkte hij deze muziek tot een vijfdelige suite. Het eerste deel, de Ouverture, die begint met het gezoem van de wespen, werd het meest bekende deel. Het is met de mars en de aan de volksmuziek ontleende melodie die volgen typisch Engelse (film)muziek, maar dat gezoem blijft universeel.


Francis Poulenc – Les Sauterelles

Sprinkhanen zijn populair in de muziekwereld. Ongetwijfeld vanwege het feit dat de springbeweging eenvoudig om te zetten is in een muzikaal equivalent. Ook Francis Poulenc laat het springerige karakter van de sprinkhaan tot uiting komen in het eerste deel, Les Sauterelles, van zijn cantate Sécheresses (droogte) voor gemengd koor en orkest. Poulenc schreef het werk in opdracht van de puissant rijke Engelsman Edward James, die ook de teksten schreef. James, een vermeend buitenechtelijk kind van Edward VII, was een grote steun voor de surrealistische beweging en vroeg Poulenc te schrijven in ‘in een stijl van giraffen die in vuur en vlam staan; denk aan Dali’. Poulenc nam de opdracht slechts aan omdat hij erg veel betaald kreeg en had er verder niet zoveel zin in. De springerige en beukend Stravinskiaanse opening van Les Sauterelles bewijst dat ook een schijnbaar ongeïnspireerde Poulenc goede muziek aflevert.


Ludovico Einaudi – Golden Butterflies

Sinds maart 2019 brengt Ludovico Einaudi gedurende een half jaar elke maand een album uit onder de titel Seven Days Walking. Uiteindelijk liggen er in het najaar zeven albums die in een box samenkomen. De muziek is het resultaat van wandelingen die Einaudi vorig jaar maakte door de Alpen, waar hij elke dag min of meer hetzelfde spoor volgde. Op een van die dagen sneeuwde het stevig. ‘Alle vormen verloren hun contouren en kleuren en werden tot hun essentie terug gebracht’. Dat gevoel van extreme essentie werd het begin van Seven Days Walking. Een van de thema’s die op alle albums terugkeert is Golden Butterflies, het beeld van vlinders verlicht door de zon die dartelen over het veld. Op Day 1 presenteert de pianist spaarzaam gesteund door viool en cello het vlinderthema dat op de latere albums in variaties terugkeert. Met een beetje fantasie zien we ze vliegen.


Castelnuovo Tedesco – Tarantella

Tienduizenden jaren voor onze beschaving maakten de Aboriginals in Australië er al een kunst van om de bewegingen van dieren te imiteren in rituele dansen. Ook Europa kent zijn dansen die alles te maken hebben met dieren. De bekendste is ongetwijfeld de Italiaanse tarantella, genoemd naar het wilde ronddansen van een slachtoffer van een beet van de giftige tarantula om op die wijze het gif te neutraliseren. Het schijnt een ‘broodje aap’-verhaal te zijn: de beet van de tarantula is pijnlijk, maar zeker niet gevaarlijk, laat staan dodelijk. Het heeft een mooie dans opgeleverd die tot op de dag van vandaag ook in instrumentale stukken een rol kan spelen. Zo schreef de Italiaanse componist Mario Castelnuovo-Tedesco in 1936 met Tarantella zijn bekendste gitaarwerk voor de twintigste eeuwse gitaarheld Andres Segovia. Het korte opzwepende stuk refereert met de versnelling en de uiteindelijke ineenstorting aan het slot aan de verwilderde uitputting van de dansende slachtoffers van de spinnenbeet.
En al valt een spin natuurlijk officieel niet onder de noemer ‘insecten’, de onderkop ‘alles wat vliegt, kriebelt, fladdert en tsjirpt’ rechtvaardigt deze toevoeging aan dit rijtje.


Lees en luister ook