Top 10 Heimwee

© Marco_Piunti / iStock

Veel musici en componisten brachten hun levens door, ver van hun geboortegrond. Heimwee werd daarmee een vaak gehoord ingrediënt van muziek. Tien voorbeelden.

In Nabucco verlangen de Joden terug naar Jeruzalem

Het beroemdste lied van heimwee schreef Verdi in zijn opera Nabucco, over de Babylonische keizer die het Joodse volk overwon en meenam naar zijn Babylon, in het huidige Irak. Daar treuren de gevangenen over hun ballingschap. In het beroemde Slavenkoor bezingen ze hun verlangen naar Judea.
‘Vlieg, gedachte, op gouden vleugels;
strijk neer op glooiingen en heuvels,
waar de zoete luchten van onze
geboortegrond zacht en mild geuren!
Begroet de oevers van de rivier de Jordaan
en Sions gevallen torens…
O mijn land, zo liefelijk en verloren!
O herinnering zo zoet maar triest!’


Chopins lichaam ligt in Parijs, zijn hart in Polen

‘Oh, hoe moeilijk is het om ergens anders te sterven dan waar je geboren bent’, verzuchtte de Poolse componist Frédéric Chopin. Hij vertrok jong uit Warschau, om er nooit meer terug te keren, nadat de Russen een opstand van de Polen gewelddadig onderdrukten. Zijn geliefde Georges Sand schreef over Chopin: ‘Hij is Poolser dan een Fransman Frans kan zijn, een Italiaan Italiaans of een Duitser Duits. Hij is een Pool en niets anders dan een Pool, en uit het vernietigde, bezette Polen komt zijn ziel tevoorschijn, en zijn muziek.’ Chopin verwerkte de dansen uit zijn geboorteland in mazurka’s en polonaises voor piano. Na zijn vroegtijdige dood – voor zijn veertigste – legden zijn vrienden hem te ruste in Parijs, maar op zijn eigen verzoek brachten ze zijn hart terug naar Polen, waar het werd ingemetseld in een pilaar van de Kerk van het Heilige Kruis in Warschau.


Schönberg en Korngold op de vlucht voor de Nazi’s

De opkomst van de nazi’s in Duitsland beroofde veel componisten van hun thuis. De rassenhaat leidde ertoe dat veel Joodse musici moesten vluchten. Onder hen de Oostenrijkers Arnold Schönberg en Erich Wolfgang Korngold. Beiden belandden in Hollywood, waar Korngold een gevierd filmcomponist werd. Hij zwoer pas weer voor het concertpodium te schrijven als de nazi’s waren verdreven. Na de oorlog probeerde hij vergeefs weer aansluiting te krijgen in Wenen, maar hij herkende er niet meer de geliefde stad in die hij voor de oorlog had achtergelaten. Hij moest leven met heimwee naar een verdwenen tijd. Schönberg verging het nog slechter, want de Amerikanen vonden zijn muziek nog ontoegankelijker dan de Europeanen. Hij zat in de Hitler-tijd voortdurend in angst om het lot van familie en vrienden. Na zijn dood keerde zijn as terug naar Wenen, waar de urn werd bijgezet op het Zentralfriedhof.


Prokofjev kon de roep van zijn geboortegrond niet weerstaan

Ook de Russische revolutie had een uittocht van componisten tot gevolg. Onder hen ook Sergej Prokofjev. Hij vluchtte niet voor de communisten. Prokofjev was simpelweg van mening dat de nieuwe Sovjet-Unie ‘geen behoefte had aan muziek’, althans niet op dat moment. Dus mocht hij vertrekken met de zegen van de volkscommissaris voor cultuur naar de Verenigde Staten. Dat avontuur mislukte, waarna hij naar Parijs ging.
In Europa kende Prokofjev zijn successen, maar de hunkering naar zijn geboorteland bleef, zeker toen zijn muziek bij enkele concertbezoeken hartstochtelijk werd toegejuicht. Door heimwee geplaagd keerde hij uiteindelijk terug. Maar binnen de Sovjet-grenzen viel hem dezelfde communistische minachting ten deel als de andere componisten, onder dictator Stalin. En dan stierf hij ook nog op dezelfde dag als Stalin, zodat iedereen hem die dag vergat.


De beroemdste thuisreis uit de geschiedenis

Tien jaar en vele beproevingen duurde de terugreis van de Griekse held Odysseus na de oorlog om Troje. De blinde dichter Homerus tekende het verhaal op in de Odyssee, en Claudio Monteverdi maakte er opera van: Il ritorno d’Ulisse in patria. Het begint met Odysseus die nadat zijn schip is vergaan, als drenkeling wakker wordt op een strand. Hij is wanhopig, maar godin Minerva vertelt hem dat hij thuis is, op het eiland Ithaka. ‘Vergeten is de smart’, zingt Odysseus, ‘en de oude pijn. Vergeet de weeklacht. Zoete zang klinkt op uit je hart.’ Maar meer nog dan Ithaka geldt zijn heimwee zijn vrouw Penelope die belaagd wordt door een twintigtal vrijers. Als Odysseus hen heeft gedood, verdwijnt zijn heimwee voorgoed. ‘O zoet en lieflijk doel van mijn omzwervingen’, zegt hij tegen Penelope. ‘Dierbare liefdeshaven waar ik eindelijk rust zal vinden.’


Koning Idomeneo was achteraf liever niet thuisgekomen

De geschiedenis van een andere Griekse held uit de Trojaanse oorlog lijkt op het verhaal van Odysseus. Koning Idomeneo van Kreta kent ook een weinig voorspoedige terugreis. De oorlog tussen de Grieken en de Trojanen is ook uitgevochten op de Olympus, waar de goden verschillende kanten kozen. De goddelijke verliezers laten de menselijke winnaars een prijs betalen voor hun zege. Aanvoerder Agamemnon wordt bij thuiskomst vermoord door zijn boze echtgenote, omdat hij hun dochter heeft opgeofferd voor een gunstige wind naar het slagveld. Ook Idomeneo verlangt hartstochtelijk terug naar huis, maar zijn vloot vergaat. De zeegod Poseidon redt hem en de dankbare koning belooft het eerste wezen te offeren dat hij tegenkomt. Niet wetend dat hij op zijn eigen Kreta is aangespoeld, loopt hij over het strand, waar een man nadert. Het is zijn zoon Idamante. Het begin van een verscheurend verhaal, van een koning die bij nader inzien liever niet was thuisgekomen. Tenslotte grijpt Poseidon zelf in, en toont zich bereid Idamante te laten leven. Mozart maakte er een aangrijpende opera van.


‘Hier beschijnt een koude zon het land’

De Romantiek koesterde de heimwee, want menselijke verlangens vormden nu eenmaal het kloppende hart van deze 19de-eeuwse beweging. Een van de grote dichters uit die tijd was Eduard Mörike. Hij was een muziekliefhebber, die een mooie novelle schreef over Mozarts reis naar Praag voor de première van zijn opera Don Giovanni. Hij maakte ook een gedicht over heimwee, dat geliefd bleek bij componisten. Maar liefst zeven zetten het op muziek. De bekendste onder hen was Hugo Wolf. Hier zwerft een jongeling door een hem vreemd landschap. Met elke stap verwijdert hij zich van zijn geliefde. ‘Mijn hart wil niet verder mee, hier beschijnt een koude zon het land, hier lijkt me alles onbekend, zelfs de bloemen langs de beek.’


Dvořák hoorde de roep van zijn onderdrukte Tsjechië

‘Dvořák is dynamite’, verkondigde een Amerikaans radiostation toen New York vierde dat de Tsjechische componist een eeuw eerder voet aan wal zette in de haven van Hoboken. Drie jaar bleef hij in de stad als conservatoriumdirecteur, maar ook als de man die de Verenigde Staten zijn eigen klassieke muziek gaf. Die kreeg onder meer gestalte in zijn Negende Symfonie,  bijgenaamd Uit de Nieuwe Wereld. De melodieën van de Indianen en de zwarte Amerikanen, betoogde Dvořák, zouden het fundament vormen van een nieuwe traditie. Maar diezelfde Negende zat ook vol Boheemse klanken. Na zo’n drie jaar keerde Dvořák terug naar Praag, gehoorzamend aan de roep van een land, dat zich wilde bevrijden uit de greep van de Habsburgers. Dvoraks muziek gaf de Tsjechen een eigen bewustzijn en identiteit. Wandelend in de Boheemse wouden leek hij de Slavische melodieën uit de lucht te plukken. Hij was vergroeid met zijn land.


Rostopovitsj wilde sterven waar hij geboren was

Bij de begrafenis van de cellist Mstislav Rostropovitsj prees de patriarch van de Russisch-Orthodoxe kerk diens ‘liefde voor het moederland’. De musicus had in zijn leven hard gestreden tegen de communistische dictatuur, die in zijn ogen op gespannen voet stond met de menselijke waardigheid. Het kostte hem zijn staatsburgerschap. Hij ging in ballingschap in het westen. Maar toen de Berlijnse Muur viel, zat hij bij het beruchte Checkpoint Charlie de Cellosuites van Bach te spelen. En twee jaar later, bij een dreigende staatsgreep tegen de democratisch gekozen president Boris Jeltsin reisde hij naar het ‘belegerde’ Witte Huis in Moskou om op de barricaden te klimmen. Hij vestigde zich niet opnieuw in Rusland na de ineenstorting van de Sovjet-Unie, maar hij bleef verlangen naar zijn moederland. En toen hij kanker kreeg, kon over één ding geen misverstand bestaan: hij wilde sterven daar waar hij geboren was. Dus sleet hij zijn laatste dagen in een ziekenhuis in Moskou.


Bartóks ‘lofzang op heimwee en eenzaamheid’.

Nadat de nazi’s zijn muziek als ‘ontaard’ bestempelden, zag de Hongaar Bela Bartók geen toekomst meer in Europa. Gewapend met een opnameapparaat was hij de bergen ingetrokken om de muziek van zijn land vast te leggen, het gebied waar hij zo van hield. De komst van het nazisme dwong hem uit te wijken naar het veiliger Amerika. Maar daar kon Bartók zijn draai niet vinden. Vrijwel niemand wilde zijn muziek spelen, en omdat er geen royalties meer uit Europa kwamen, raakte de componist aan de bedelstaf. Zijn thuis zou hij nooit meer terugzien. Hij stierf vijf jaar na zijn emigratie, en vijf maanden na het slot van de Tweede Wereldoorlog. Leukemie had zijn krachten gesloopt. In 1988 werd zijn lichaam herbegraven in Boedapest. Bartok was weer thuis. Zijn Concert voor Orkest, dat hij maakte voor het Boston Symphony is, schrijft musicoloog Bence Szabolcs ‘een lofzang op heimwee en eenzaamheid’.


Lees en luister ook