Snapshot Klassiek Smoesjes

© pidjoe / iStock

Cécile Huijnen is violiste. Ze heeft een duo Huijnen & Hopman, is concertmeester van het Gelders Orkest, is solist en maakt kamermuziek. Daarnaast is zij gastpanellid bij het radioprogramma Diskotabel. Cécile schrijft korte verhaaltjes over het dagelijks leven van een musicus die een kijkje in de keuken bieden. Het zijn columns met een knipoog, over vooroordelen, imago, achtergronden en de rock & roll van de klassieke muziek. Iedere twee weken op vrijdagavond kun je haar nieuwe column beluisteren op NPO Radio 4 en daarna lezen op Classics To Go.

Smoesjes

Geen idee waar ik over moet schrijven. Inspiratie-level nul.
Ik deel het met mijn zoon. Die rolt met zijn ogen: ‘Schrijf dan maar over je hekel aan studeren.’

Goed plan.

Ik heb al eens laten vallen dat ik er een broertje dood aan heb, studeren. Dat was vroeger al zo. Omdat ik wel talent had werd er flink gepusht. Het móest. Ik heb er altijd een dubbel gevoel aan over gehouden. Het moeten woog zwaarder dan het plezier. Een danser wordt aan de barre gedrild door een balletmeester, maar je staat er wel samen, met de andere dansers. Voordat een instrumentalist iets kan zit-ie uren in z’n eentje te ploeteren. Die discipline moet je uit jezelf halen. Wel een dingetje, voor mij althans.

Ondanks mijn eigen strijd wilde ik dat mijn zoon ook een instrument ging proberen. Muziek maken hoort er gewoon bij. Hij koos piano. De deal: minimaal een jaar spelen, en vijf keer per week een kwartier studeren. Appeltje, eitje.

Nee dus. Oorlog, iedere dag. In mijn ouderrol faalde en baalde ik. Maar ik snapte het wel. Na een jaar piano was het einde oefening. De altsax was ook geen blijver.

Als kind zette ik een lekker boek op de lessenaar. En dan deed ik alsof. Ik zaagde er maar wat op los. Vier bibliotheekboeken per week gingen er doorheen. Maar als ik wist dat mijn ouders een avond weg moesten studeerde ik een dag van tevoren wel fatsoenlijk. Die sessie nam ik op met mijn cassetterecorder. Een dag later speelde ik de opname dan af naast de babyfoon. Want de buurvrouw had instructies: Cecile moet een uur studeren. Zat ik beneden lekker Little House On The Prairie te kijken.

Op het conservatorium begon de dag om 9 uur. Met zitten. In de kantine. Koffie, sigaretje – toen nog – erbij. En dan maar wachten op een beschikbare studeerkamer. Als mijn naam werd omgeroepen omdat ik aan de beurt was draafde ik naar de receptie, haalde de sleutel op en nam weer plaats in de kantine. Eerst nog een bakkie. Daarna probeerde ik zonder op te warmen de onspeelbare Oscar Back-cadens van Brahms’ vioolconcert eruit te persen. Als het niet meteen perfect ging vond ik dat reden genoeg om maar weer te stoppen. Hèhè, koffie! Samen met mijn vrienden die ook allemaal heel hard studeerden.

Ik heb altijd een smoes. Te koud, te moe, of mijn arm doet pijn. Het is niet echt nodig, ik ben al genoeg in vorm. Het kan ook morgen. Of deze: ik ben ook maar een mens, dan maar niet perfect.

Toch weegt het plezier nu zwaarder. Dus studeer ik, en dat zijn iedere dag een hoop uren. Maar eerst maak ik een cappuccino. Daarna zet ik de tv aan, zoek iets met ondertitels, en zet het geluid uit. En dan studeer ik toonladders. Terwijl ‘Swamp Murders’ aan me voorbijtrekt, glij ik zo pijnloos in mijn ‘sessie solitaire’.


Lees en luister ook