Album van de week Kožená zingt Monteverdi

Magdalena Kožená
Magdalena Kožená © Esther Haase / DG

Op een geheel eigen manier belichten dirigent Andrea Marcon en mezzo Magdalena Kožená het meesterschap van Claudio Monteverdi, die vond dat ‘muziek de ziel moest raken’. En dat doet het.

De noten waren de dienaren van het woord

Kozena Monteverdi

‘Gelukkig is de mens die zijn toevlucht zoekt, nobele Claudio, in de zoete schaduw van jouw Groene Berg (Monte Verde), want daar verdwijnt alle melancholie van het hart’, dicht Bellerofonte Castaldi, componist en tijdgenoot van Claudio Monteverdi. ‘In jou’, vervolgt hij, ‘ontdek ik nieuwe muziek die zo veelzijdig is dat zij niet alleen aarde en hemel omvat, maar ook de hel.’ Niemand wist in de eerste helft van de zeventiende eeuw woord en muziek zo innig te verenigen als Monteverdi. Zijn opera’s zijn hoogtepunten uit de begintijd van het genre. De componist hield er heldere denkbeelden op na: de noten waren letterknechten. De klank moest het woord zijn kracht geven – niet andersom zoals het later in de barok ging. Na zijn dood liet de muziekgeschiedenis de Italiaanse hervormer eeuwen vergeten in zijn graf liggen, maar de afgelopen twee decennia begon zijn muziek aan een nieuwe bloeitijd. Tegenwoordig lijkt het zelfs alsof zijn taal dichterbij ons staat dan die van componisten uit een recenter verleden.

banner-kozena

‘Het doel van de muziek is het raken van de ziel’

monteverdi‘Het doel van alle goede muziek is het raken van de ziel’, vond Monteverdi. Hij was er een meester in. Dat blijkt wel uit het nieuwe album van de mezzosopraan Magdalena Kožená. De Tsjechische vindt in dirigent Andrea Marcon – met diens ensemble La Cetra – een dirigent die opgroeide met de taal van Monteverdi en zijn Italiaanse navolgers. Hij maakte gebruik van de vrijheid die de late renaissance en de barok de musicus biedt. De vertolkingen van Kožená en Marcon krijgen zo een geheel eigen toon en karakter, dat op geen enkele manier lijkt op dat van anderen. Of het daarmee ook onversneden Monteverdi is, zoals de componist het bedoeld heeft, blijft de vraag. Niemand weet hoe de muziek geklonken heeft in Monteverdi’s eigen tijd. En eigenlijk doet dat ook niet ter zake, zolang de noten maar overtuigen. En dat doen ze. De muziek raakt de ziel.

Monteverdi was zijn tijd ver vooruit

Marcon wisselt de aria’s van Monteverdi af met een drietal instrumentale werk van tijdgenoten. Hoogtepunten zijn Kožená’s duetten met sopraan Anna Prohaska, vooral het onsterfelijke Pur ti miro uit de opera L’incoronazione di Poppea, in de jaren veertig van de zeventiende eeuw een revolutionair werk over intriges aan het hof van de Romeinse keizer Nero. Het was zijn tijd ver vooruit in verhalende zin (want niet over mythische figuren) en wat betreft muzikale vondsten (de eerste echte aria’s en duetten). De dramatische kracht komt vooral naar voren in de mini-opera Combattimento di Tancredi e Clorinda, waarin Kožená – op aanraden van Marcon – alle drie rollen zingt: verteller, kruisridder Tancredi en zijn geliefde Clorinda. Een waagstuk, dat Kožená goed volbrengt, elk karakter krijgt zijn eigen kleur.


barokcomponistenLees en luister ook