Focus Klassiek in het Witte Huis

Presidenten

De race om de hoogste macht in de VS komt nu echt op gang. ‘Ik luister naar klassieke muziek om tot rust te komen’, zegt Hillary Clinton. Ze zal nu een flinke dosis Bach, Beethoven en Mozart nodig hebben in alle campagnehectiek. Menig Amerikaans president was een klassiek liefhebber. En anders hun first ladies wel.

Kennedy wist niet wanneer hij wel of niet hoorde te applaudisseren

Barack Obama is meer van de pop en jazz, geeft hij eerlijk toe. Zijn roemruchte voorganger John F. Kennedy, vertelde hij, klapte bij de klassieke concerten in het Witte Huis regelmatig op de verkeerde momenten. Gênant, vond hij ook zelf. Daarom maakte Kennedy met zijn secretaresse de afspraak dat zij hem door de kier in een deur signalen zou geven wanneer hij wel of niet moest applaudisseren. ‘Ik heb daar gelukkig mijn vrouw Michelle voor’, grijnsde Obama bij het aankondigen van een concert. ‘Voor andere gasten zonder klassieke achtergrond hier’, voegde hij eraan toe, ‘you’re on your own.’
Het was een avond, zes jaar geleden, dat professionele musici als violist Joshua Bell en celliste Alisa Weilerstein de hele dag hadden samengewerkt met jonge talenten. Wat ze hadden bereikt, lieten ze horen in de East Room, die sinds de jaren tachtig van de negentiende eeuw de concertzaal van het Witte Huis is.

‘Muziek is de favoriete hartstocht van mijn ziel’

Amerika kent een rijke traditie van muzikale presidenten. Het Witte Huis houdt het zelfs bij op haar website. De eerste president, George Washington, danste graag menuetten en bij hem thuis stond niet alleen een klavecimbel, maar ook een van de eerste in de VS gebouwde pianofortes. Niet dat Washington er zelf op speelde, dat liet hij liever over aan zijn kleindochter, een begaafd musicus.
Begin negentiende eeuw deed de eerste musicerende president zijn intrede: Thomas Jefferson. In alle opzichten een bijzondere figuur. Hij veroverde het hart van zijn vrouw met zijn mooie vioolspel. Zeker twaalf jaar lang, schreef hij zelf, studeerde hij minimaal drie uur per dag op zijn instrument. Hoe goed hij was, weet niemand. Maar zijn bibliotheek bevatte partituren van Italiaanse barokmeesters als Arcangelo Corelli en Antonio Vivaldi. Zijn technische oefeningen haalde Jefferson uit een leerboek van de virtuoos Francesco Geminiani. Zaken die erop wijzen dat de derde president een behoorlijk goede violist moet zijn geweest. ‘Muziek is’, vermeldde hij in een brief, ‘de favoriete hartstocht van mijn ziel.’ Jefferson maakte zich in hetzelfde schrijven ook zorgen over het niveau van de concertpraktijk in de VS, die in zijn ogen grensde ‘aan barbarisme’.

Eisenhower maakte LP met favoriete klassieken

Vaak waren het ook – zoals in het geval van Obama – de first lady’s die de muziektraditie in het Witte Huis onderhielden. Jackie Kennedy nodigde de klassieke sterren uit voor concerten in de East Room, want zij wilde ‘alleen het beste’. Solisten als cellist Pablo Casals, violist Isaac Stern en componist Igor Stravinsky kwamen langs, maar ook een gezelschap van de Metropolitan Opera uit New York. Vroeg iemand naar zijn favoriete klassieke muziek, dan wees Kennedy steevast naar Jackie, die daar als antwoord op gaf: ‘Greensleeves.’
Kennedy’s voorganger Dwight Eisenhower wist aanzienlijk meer van muziek. Althans, van hem verscheen een LP met favoriete klassieke werken, onder meer met de aria Schafe können sicher weiden wo ein guter Hirte wacht uit de Bach-jachtcantate Wass mir behagt, ist nur die muntre Jagd. De schapen kunnen veilig grazen waar een goede herder waakt, een credo dat past bij een voormalig generaal. Vraag blijft of Eisenhower deze muziek zelf uitkoos, of dat er ook toen al spindoctors aan te pas kwamen.

‘Toen ik piano speelde voor Stalin zette hij meteen zijn handtekening’

Republikein Richard Nixon, die eind jaren zestig president werd, bleek een begenadigd pianist. Hij speelde een kort eigen pianoconcert – begeleid door vijftien Democratische strijkers – tijdens een televisieshow in 1963. Vlak voor hij achter de vleugel kroop, grapte Nixon tegen de interviewer: ‘Je vroeg of ik plannen had voor mijn politieke toekomst. Dit optreden zal me kansloos maken – geloof me – de Republikeinen willen geen pianist meer in het Witte Huis.’ Nixon verwees daarmee naar Harry Truman, die er in zijn jeugd van droomde om concertpianist te worden. Hij stond als kind iedere dag om vijf uur in de ochtend op om te studeren. Maar op zijn vijftiende stopte Truman abrupt. Hij vond zichzelf niet goed genoeg om zijn muzikale ambities te verwezenlijken.
In oktober 1945 speelde hij als president piano voor een vrouwengroep van Methodisten. Tijdens zijn optreden knipoogde hij naar het publiek. ‘Toen ik dit stuk voor kameraad Stalin uitvoerde’, zei hij, ‘zette die meteen zijn handtekening onder het Potsdam Akkoord.’ Met die overeenkomst wikkelden de grote mogendheden de naweeën van de Tweede Wereldoorlog af. Truman was een liefhebber van Mozart, Beethoven, Chopin en Debussy. ‘Als ik geen president was geworden’, zei hij aan het einde van zijn leven, ‘zou ik waarschijnlijk als pianist in een bordeel zijn geëindigd.’

‘Klassieke muziek spreekt tot de geest en het hart’

Haalt Hillary het Witte Huis, dan komt in haar spoor ook weer muziek mee, want haar echtgenoot Bill Clinton – in de jaren negentig zelf acht jaar aan de macht – verwierf ook enige faam als saxofonist. De president jamde menigmaal met jazz-musici en in 1994 vaardigde hij een proclamatie uit waarin hij in dat jaar september uitriep tot maand van de klassieke muziek.
‘Deze maand’, zo verklaarde Clinton, ‘vereren we de vele getalenteerde componisten, dirigenten en musici die ons klassieke muziek brengen. Deze kunstenaars zetten een grote traditie voort. Of het nu gaat om nieuwe Amerikaanse muziek of om de meesterwerken uit het verre verleden muziek blijft een verbindende kracht in onze wereld. Klassieke muziek spreekt tot de geest en het hart, en geeft ons zowel iets om te overdenken als iets om te ervaren.’


weilersteinLees en luister ook