Top 10 Nederlandse componisten

© TobyCreamer / iStock

Nederlandse componisten zijn bij het grote publiek nauwelijks bekend, en dat terwijl er toch zoveel moois van eigen bodem komt!

Een Nederlandse School?

Echt bekend zijn ze niet. Nederlandse componisten hoor je helaas maar vrij sporadisch in de concertzaal en hun namen zijn bij het publiek grotendeels onbekend. Van wellicht enige bekendheid waren nog de leden van de zogeheten ‘Nederlandse School,’ componisten uit de 14e tot en met 16e eeuw befaamd om hun ingenieuze polyfonie – denk aan Josquin des Prez of Johannes Ockeghem. Maar die bleken bij nader onderzoek eigenlijk bijna allemaal van Belgische komaf. Pijnlijk, want daarmee verloor Nederland een groot aandeel in de muziekgeschiedenis. Maar niet getreurd: er is genoeg muziek van Nederlandse bodem die het luisteren meer dan waard is. Een Top 10.


Jan Pieterszoon Sweelinck

Neerlands muzikale trots. Talloze straten en zelfs een conservatorium (nu het Conservatorium van Amsterdam) werden naar hem vernoemd. Echt populair is Jan Pieterszoon Sweelinck nu echter niet meer. Vooral tijdens zijn leven was hij beroemd, toen hij als organist en componist grote faam genoot. Zijn spel en improvisaties gaven hem de naam ‘Orpheus van Amsterdam.’ Hij was een naam in het Fantasia-genre en gaf vorm aan wat wij nu als de fuga kennen. Maar ook als pedagoog liet Sweelinck zijn sporen na. Via zijn leerlingen had hij een grote invloed op Duitse Barok-componisten, waaronder niemand minder dan J.S. Bach. Sweelinck leeft door in zijn naam en nalatenschap.


Louis Andriessen

Een befaamde telg uit het muzikale Andriessen-geslacht. Als lid van ‘De Notenkrakers’ maakte hij zich in de jaren zestig van de vorige eeuw hard voor meer hedendaagse klassieke muziek in de concertzaal. Zijn eigen composities hebben daar zeker aan bijgedragen. Louis Andriessens unieke stijl bevat uiteenlopende invloeden, waaronder uit de rock, minimal music en de muziek van Igor Stravinsky. Hij ontwikkelde er eigen, unieke taal, die meteen herkenbaar is – daar getuigen werken als De Materie, De Staat en de opera’s Reconstructie en Writing to Vermeer van. De composities leverde hem een naam op die, vooral in de Verenigde Staten, maar ook in Nederland, nog steeds een begrip is.


Graaf Unico Wilhelm van Wassenaer Obdam

Toen Igor Stravinsky zijn Pulcinella Suite schreef, dacht hij deze te baseren op muziek van Pergolesi. Dat bleek niet helemaal het geval. De muziek was niet alleen van Italiaanse, maar ook van Nederlandse hand. Nou ja, gedeeltelijk dan. Een stuk bleek te komen uit de zes Concerti Armonici voor strijkers van de Nederlandse Graaf Unico Wilhelm van Wassenaer Obdam. Waar de adelijke amateurcomponist de tijd voor het componeren vandaan haalde, is een raadsel. Naast gezant van Frankrijk werkte hij onder andere voor de Staten-Generaal en de VOC. Dat was tevens ook de oorzaak van alle verwarring. Een belangrijke graaf mocht natuurlijk niet bekend komen staan als een onaanzienlijke musicus – de zes concerti bleven anoniem.


Willem Jeths

Los van alle sterk gemarkeerde muzikale stijlen van zijn voorgangers, heeft Willem Jeths een eigen, toegankelijke componeerstijl ontwikkeld. Zijn muziek groeit organisch en weet zowel traditionele als onorthodoxe instrumenten, denk aan water en glas, te transformeren tot ongrijpbare en kleurrijke klanken. Desondanks blijft Jeths’ muziek altijd begrijpelijk – iets wat hij ongetwijfeld meekreeg van zijn docent Tristan Keuris, een helaas wat vergeten toondichter. Jeths’ muziek blijft in het hoofd hangen. In het brede kleurenpalet zweven expressieve melodieën; soms lijkt het zelfs alsof Mahler of Richard Strauss de kop op steken. Het leverde hem van 2014 tot 2016 terecht de titel ‘Componist des Vaderlands’ op.


Johan Wagenaar

Johan Wagenaar was een belangrijke figuur in het Nederlandse muziekleven. Hij was stadsorganist in de Domkerk van Utrecht, dirigeerde meerdere orkesten en koren, was directeur van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag én leidde een rits belangrijke leerlingen op. Een veelzijdig man dus. Johan Wagenaars nalatenschap vinden we terug in zijn vele vocale werken, waaronder zelfs enkele opera’s. Ook zijn symfonische muziek is de moeite waard, zijn ouverture De getemde Feeks staat nog regelmatig op het programma. In het repertoire herkennen we een typisch laat-negentiende-eeuwse stijl, vrolijk en geanimeerd van geest. Soms misschien wat sentimenteel of pompeus, maar nooit ‘té.’


Henk Badings

Was Henk Badings fout tijdens de oorlog? Net bij als Richard Strauss is het moeilijk te zeggen. Ja, Badings was lid van de Nazistische Kultuurkamer, maar redde wel zijn Joodse collega Sem Dresden. De van oorsprong mijnbouwkundige leerde zichzelf, met een paar lessen van Willem Pijper, componeren. Toen Badings zich in de jaren dertig van de vorige eeuw compleet op de muziek toelegde, ging het hard. Hij ontving opdrachten vanuit heel Europa en meerdere uitgevers hadden interesse in zijn werk. Tijdens de bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog, ging Badings rustig door met het schrijven van muziek. Ook voor de Duitse bezetter. Het leverde hem na de oorlog twee jaar ballingschap op. Eenmaal terug in Nederland herstelde Badings zich. Hij experimenteerde met elektronische muziek en vervulde meerdere muzikale functies aan verschillende universiteiten.


Henriëtte Bosmans

Henriëtte Bosmans is een van de weinige Nederlandse vrouwen geweest die van muziek haar carrière kon maken. En hoe! Als pianiste was Bosmans uiterst succesvol; maar ook haar composities klonken op de grote Nederlandse podia. Haar loopbaan als toondichter begon zij als Romantisch componist met warme, gepassioneerde klanken. Later ontpopte zij zich tot een modern componiste die nieuwe en uitgesproken technieken niet schuwde – een ontwikkeling die haar in de Tweede Wereldoorlog duur kwam te staan. Bosmans’ muziek werd verboden door de nazi’s en later mocht zij als halfjoodse zelfs niet meer optreden. Na de oorlog haalde Bosmans echter de verloren tijd in. Tot het einde van haar leven bleef ze stug componeren en actief betrokken in de Nederlandse muziekwereld. Een unieke vrouw!


Alphons Diepenbrock

Wat is het toch met Nederland en amateurcomponisten? Ook Alphons Diepenbrock was amateurcomponist. Al heeft de docent klassieke talen een omvangrijk oeuvre achtergelaten en wijdde hij zich na verloop van tijd bijna geheel aan het componeren. En dat zonder formele muziekopleiding. Zijn stijl is opmerkelijk. Diepenbrock fuseerde Gregoriaans gezangen en muziek van Palestrina met de rijke laat-romantische klanken van Richard Wagner, Gustav Mahler en Richard Strauss. Ook dirigeerde hij af en toe bij het toen nog vrij jonge Concertgebouworkest. Niet zomaar een amateurmusicus dus.


Matthijs Vermeulen

Zijn vader wilde dat hij smid werd, hij zelf wilde echter componist worden. Hoewel een zeer getalenteerd toondichter, stond Matthijs Vermeulen voornamelijk bekend als gevreesd muziekcriticus van De Telegraaf. Zijn carrière als componist moest daar onder lijden. Verschillende dirigenten, waaronder de invloedrijke Willem Mengelberg van het Concertgebouworkest, weigerden meerdere malen zijn werk uit te voeren. Vermeulens scherpe recensies hadden kennelijk té diepe wonden achtergelaten. Ook later werd zijn muziek niet veel gespeeld. Hoewel enkele van zijn symfonieën postuum werden uitgevoerd, bleven werkelijke faam en erkenning lang uit.


Julius Röntgen

Niet een Nederlandse componist in de meest nauwe zin van het woord. Julius Röntgen werd als kind van twee Nederlandse musici geboren in Duitsland. Pas op zijn drieëntwintigste vestigde hij zich in Amsterdam. Daar verdiende hij echter al snel zijn sporen. Hij was er dirigent, docent en uiteindelijk zelfs directeur van het Amsterdamsch Conservatorium. In die hoedanigheden ontmoette hij niet de minste personen: onder andere Johannes Brahms en Edvard Grieg. Röntgen schreef zowel traditionele werken, als meer ‘plattelandsmuziek’ zoals de Oud-Hollandsche Boerenliedjes en Contradansen. Goed ingeburgerd, die Röntgen.


BONUS

Josina van Boetzelaer

Net als Unico van Wassenaer was Josina van Boetzelaer een amateurcomponist van adel. En ook Josina bleef anoniem als musicienne. Een vrouw, en zeker een adelijke vrouw, mocht natuurlijk niet componeren. Josina was daarnaast hofdame van Anna van Hannover, de vrouw van Willem IV. Dat weerhield haar natuurlijk helemaal van een carrière als armlasitge muzikante. Josina moet zeer getalenteerd zijn geweest. Haar leraar was zeer onder de indruk van haar muzikale verdiensten en een librettist verwerkte zelfs enkele van Josina’s aria’s in een opera. Toch bleef de erkenning als componist uit. Hoewel enkele van haar werken werden gepubliceerd onder het pseudoniem ‘Barones nomen nescio’ (Latijn voor ‘Barones wiens naam ik niet weet’), ging het merendeel van haar composities verloren. Zelfs nu lijdt de adelijke dame onder haar vergetelheid, haar muziek is nooit opgenomen.


Lees en luister ook