Top 10
Zomer
Tien zonnige zomerwerken
Een overvloed aan zonnewarmte, zand, zee, strand, en bloeiende natuur heeft veel componisten geïnspireerd tot het schrijven van zomerse muziek. Uit die zonnige overvloed kozen we er tien.
Top 10
Een overvloed aan zonnewarmte, zand, zee, strand, en bloeiende natuur heeft veel componisten geïnspireerd tot het schrijven van zomerse muziek. Uit die zonnige overvloed kozen we er tien.
“De zomer is gekomen, zing luid, koekoek! Het zaad groeit en de wei bloeit, en het woud bloesemt nu.” Zo begint de prozaïsche lofzang op de zomer die een van de oudst overgeleverde wereldlijke Engelse canonteksten vormt. Sumer is icumen in, elk serieus geschiedenisboek over muziek noemt deze Middeleeuwse ‘rondzang’ waarbij de zangers alternerend de strofen herhalen. En hoewel het meer dan zeven eeuwen oud is, klinkt het nog steeds warmbloedig naar een ontluikende zomer.
Zo’n vijfhonderd jaar later liet Antonio Vivaldi de zomer beginnen met een verzengende hitte die via kwetterende vogels omslaat in een donderende onweersbui. Het is een staaltje ‘filmmuziek’ van de eerste orde. Vivaldi publiceerde het werk in 1725 bij de Amsterdamse muziekuitgeverij van Michel Charles Le Cène als onderdeel van de bundel Il cimento dell’ armonia e dell’ inventione opus 8 (De toetssteen voor welluidendheid en vindingrijkheid). Door de snelle montage van korte fragmenten die het script van het achterliggende sonnet op de voet volgen, is het alsof we alle aspecten van de zomer in sneltreinvaart beleven.
Lees meer over de Vier Jaargetijden en de sonnetten waarop die gebaseerd zijn.
Die schöne Müllerin in een hertaling van Jan Rot
‘Een zanger is op Schubert-bedevaartvakantie. “De paden op de lanen in, net als Die schöne Müllerin,” zingt hij op de wijs van Das Wandern. De loop van de rivier voert hem langs een dorpskermis. Bij het zien van het meisje van de draaimolen, neemt hij er prompt een baantje aan en dingt naar haar gunsten. Als zich dan ook de rivaliserende (rokken)jager meldt – de jongen van de schiettent – lijkt het drama uit de originele tekst zich te herhalen.
Zomerreis, zoals het stuk al snel heette, werd niet alleen het verhaal van een eenzijdige liefde, maar vooral ook de zoektocht van een zanger met zijn twijfels en zekerheden en zijn tweeslachtig lot, want het doet pijn te worden afgewezen, maar daar komen mooie liedjes van. Hemelhoog juichend en diepbedroefd, zoals dat hoort in romantiek. En stond het meisje niet ook voor de verovering van de Müllerin als muziekstuk, want hoe maak je iets tweehonderd jaar later tot de jouwe?
In één volmaakte take bracht Marcel Die schöne Müllerin waar ze thuishoort: in onze taal, in onze tijd. Klassiek of kleinkunst: wie wandelt ziet meer dan wie rijdt.
Goede reis!’
Jan Rot
Zeventien jaar was Felix Mendelssohn, toen hij de toverachtige sfeer van de langste dag van het jaar een klank gaf. Zijn leidraad was Shakespeares gelijknamige Midzomernachtsdroom, een hallucinerend verhaal waarin zinnelijke liefde, verwarring en de wereld van feeën en gnomen naadloos in elkaar overgaan. Mendelssohn wist in 1826 vooral de feeërieke sfeer te vangen en schreef een evergreen die ook zo’n tweehonderd jaar later goed blijft voor een zomerse glimlach.
Eigenlijk verwijst de zesdelige liedcyclus die Hector Berlioz in 1841 voor stem en piano componeerde op teksten van Theophile Gautier alleen in de titel naar de zomer. Toch is Les Nuits d’Été een heerlijke soundtrack voor lange zomeravonden vol mijmering en melancholie. Hoewel het in het eerste lied Vilanelle over de lente gaat, passen Le Spectre de la Rose, Absence en L’Île inconnue perfect bij de gedachten aan die ene gepassioneerde zomerliefde, het afscheid en het gemis van het gevoel van zomerkriebels in de buik. De georkestreerde versie die Berlioz in 1856 voltooide is zo de gedroomde begeleiding bij diepe gedachten en een zware zomeravondwijn.
In 1893 legde Gabriel Fauré de basis voor een kort werk voor cello en piano dat een heerlijk atmosferische evocatie bleek van het zonnige Italiaanse Sicilië. Zijn Sicilienne, die in eerste instantie bedoeld was als theatermuziek voor een productie van Molières Le Bourgeois gentilhomme die niet doorging, werd een stuk voor cello en piano en kwam in 1893 georkestreerd en wel terecht in de theatermuziek bij Maeterlincks Pelléas et Mélisande. Toch blijft de versie voor cello en piano hèt klanktapijt om even met de ogen dicht van de laatste kleurrijke zomerdagen op Sicilië te dromen.
Midden in de winter van 1911 noteerde de Fransman Claude Debussy twee zinnen die de kern vormen van zijn identiteit als componist: ‘Hartstochtelijk hou ik van muziek, en gedreven door die liefde probeer ik haar te bevrijden uit de steriele tradities die haar omklemmen. Het is een vrije en levende kunst, een kunst voor de buitenlucht, een kunst die vergelijkbaar is met de wind, de hemel, de zee!’ De raadsels van de natuur fascineerden Debussy. Dat blijkt onder meer uit zijn eerste orkestrale meesterwerk Prélude à l’après-midi d’un faune. Onderwerp van de muziek is een gedicht van Stéphane Mallarmé over een faun – half mens, half god – die op een lome zomermiddag droomt over mooie bosnimfen. ‘Zo licht, hun rozerood dat het verdwarrelt in het dicht gesluimer van de lucht. Een droom die ik beminde?’
Net als de woorden in het gedicht, glippen de noten van Debussy ons door de vingers. Mysterieus en tijdloos wiegt de muziek, alsof de grote wijzer van de tijd niet voortschrijdt, maar schommelt tussen één voor en één over twaalf.
Juni uit De jaargetijden van Tsjaikovski is een ‘barcarolle’ – een gondellied. Het stuk ontstond in 1876, toen Tsjaikovski elke maand een kort pianowerk schreef voor een Russisch tijdschrift. Juni roept de sfeer op van een zwoele zomeravond, een boottochtje op het water, een beetje dromerig en licht melancholisch. De muziek wiegt zacht heen en weer, alsof je echt in een bootje zit. De linkerhand houdt een rustig, golvend ritme aan, terwijl de melodie daarboven vrij beweegt. Het is geen uitbundige zomer, maar eerder een intiem moment: de zon die langzaam ondergaat, een lichte bries, een vleugje nostalgie.
Het is opvallend hoeveel Engelse componisten de zomer als inspiratiebron hebben gebruikt. Misschien komt het voort uit een verlangen naar een ‘echte’ zomer. Misschien is het de hang naar decadentie, flirten en flaneren dat de Engelsen ook vandaag de dag nog zo mooi in beeld brengen tijdens de Royal Ascot en Wimbledon. Dat ook de Engelsen echt wel weten hoe zomer klinkt, bewees Frank Bridge in 1916 met zijn symfonisch gedicht Summer. (Mee)slepende melodieën, onheilszwangere klankwolken en stralend landelijke accenten van hoorn, hobo en harp vormen de grillige Engelse zomer ten voeten uit.
Dat de zomerblues niet alleen somber en pijnlijk kan zijn maar ook lonkend en verleidelijk bewees George Gershwin met zijn inmiddels tot evergreen gepromoveerde Summertime. Het wiegelied waarmee zijn opera Porgy and Bess (1935) begint, schreef Gershwin met tekstschrijver DuBose Heyward die zich deels baseerde op de spiritual All my Trials. De aria is inmiddels zo’n 30.000 keer gecoverd in alle mogelijke bewerkingen en stijlen, maar blijft het mooist in de versie zoals Gershwin het bedoelde: een slaapliedje dat zingt van een luie, zorgeloze zomer en een dito toekomst, maar waarin de frons en de melancholie nimmer ontbreken.
Ontvang onze nieuwsbrief, volg ons voor nieuwe inspiratie en maak jouw persoonlijke profiel aan om nog meer muziek te ontdekken die bij jou past. Met jouw profiel bewaar je favorieten, krijg je persoonlijke luistertips en blijf je op de hoogte van nieuwe opnamen van jouw favoriete musici. Je krijgt bovendien toegang tot het forum, waar je gedachten en ervaringen kunt delen met andere liefhebbers van klassieke muziek.

Top 10 | Insecten in de muziek