Inspiratie / Top 10 / Top 10 | Insecten in de muziek

Voeg toe aan favorieten

Top 10

Insecten in de muziek

Alles wat vliegt, kriebelt, fladdert en tsjirpt in de klassieke muziek

Door de eeuwen heen hebben componisten hun inspiratie gevonden in de natuur en het dierenrijk. Toch lijkt één categorie met voorsprong favoriet: insecten. Het gezoem van bijen, vliegen en muggen, het getsjirp van krekels, het lichtvoetige gefladder van vlinders, ze vliegen allemaal langs in composities in alle soorten en maten.

1. Flight of the Bumblebee

Nikolai Rimsky-Korsakov

Uiteraard kan een representatie van insecten in de klassieke muziek niet zonder het ultieme insectenwerk: de Vlucht van de hommel van Nikolai Rimski-Korsakov. Ooit schreef hij het werk als een orkestraal tussenspel in de derde akte van zijn opera Het sprookje van tsaar Saltan. De magische Zwaanvogel verandert tijdens deze enerverende interlude de zoon van de tsaar in een hommel, zodat hij uit gevangenschap kan ontsnappen en zijn vader kan bezoeken. Het relatief korte werkje is een heel eigen leven gaan leiden en is zelfs onderwerp is van serieuze recordpogingen: wie kan de hommel het snelst laten vliegen? Het record op de viool schijnt op naam te staan van de Canadees Eric Speed die het werk in 53 seconden afraffelt. In het oorspronkelijke verhaal van Poesjkin is ook nog sprake van een Vlucht van de mug en een Vlucht van de Vlieg. Rimski-Korsakov vond de Vlucht van de Hommel wel genoeg.

2. El Grillo

Josquin Des Prez

Imitatie van dierengeluiden was ook in de renaissance een geliefd tijdverdrijf. Ook Josquin Des Prez, de grootmeester van verheven religieuze muzikale bouwwerken, kon in de late vijftiende eeuw de verleiding niet weerstaan. In een korte frottola, een eenvoudig soort chanson, laat hij de vier vocalisten het getsjirp van de krekel imiteren in snelle in elkaar hakende passages. In El Grillo gebruikte Josquin de krekel als een metafoor voor de liefde: de krekel zingt misschien minder mooi dan een vogel, maar houdt het langer vol. Een pleidooi voor duurzame relaties. Al gaat het verhaal dat Josquin het werkt schreef voor een collega, Carlo Grillo, om diens zang- en andere kwaliteiten te eren…

3. From the Diary of a Fly

Béla Bartók

Ook Béla Bartók ontkwam niet aan de aantrekkingskracht van de insectenwereld. Zo schreef hij het even korte als opwindende en geestige Uit het dagboek van een vlieg, een werk voor piano solo uit het zesde deel van zijn Mikrokosmos. Het iets meer dan een minuut durende werkje is het verhaal van een vlieg die gevangen zit in een spinnenweb verteld vanuit het perspectief van de vlieg. De zoemende rechterhand is de vlieg die wanhopig probeert te ontsnappen, de sluipende linkerhand is de spin. Ze volgen elkaar letterlijk op de voet en na een schijnbaar gevecht wordt het stiller. Hoewel het lijkt of de vlieg aan het slot het leven laat, is de verstilling eerder een verbeelding van de ontsnapping. Anders had de vlieg nooit zijn dagboek kunnen schrijven…

4. Two insect pieces

Benjamin Britten

Benjamin Britten bedacht in zijn jonge jaren vijf stukken te schrijven voor hobo en piano en elk deel aan een ander insect te wijden. De aanleiding was Sylvia Spencer, een goede vriendin van de jonge Britten, en bovendien een hoboïste die het niet zo op insecten had. Tussen 5 en 21 april 1935 schreef de toen 21-jarige Britten twee delen: The Grasshopper en The Wasp. De andere drie delen voltooide hij nimmer. Ook zonder kennis te nemen van de titels zijn de van plek naar plek dartelende sprinkhaan en de bij vlagen furieus zoemende wesp direct te herkennen. Spencer speelde de werken overigens nooit. Misschien omdat de insecten te herkenbaar waren…

5. Butterfly

Edvard Grieg

De Lyrische Stukken (Lyriske stykker) van Edvard Grieg is een verzameling van in totaal 66 korte pianostukken. Het zijn karakterstukken: verfijnde, poëtische miniaturen die een sfeer, natuurbeeld of stemming oproepen, voornamelijk geschreven voor huiselijk gebruik. Vlinder (Sommerfugl, op. 43 nr. 1) is een kort, sprankelend pianostuk. Het verbeeldt de vlucht van een vlinder door de lichte, snelle bewegingen in de rechterhand: korte, fladderende motiefjes die telkens opstijgen en weer wegzakken. De linkerhand begeleidt met een zachte, ritmische ondergrond, waardoor het geheel iets zwevends krijgt. Ook de vele staccato-achtige articulaties en plotselinge dynamische nuances dragen bij aan het beeld van een nerveus, grillig vliegende vlinder.

6. Die Libelle

Josef Strauss

Josef Strauss is niet zo beroemd als zijn oudere broer Johann Strauss jr. Toch was Josef in zijn tijd minstens zo geliefd. Vooral zijn polka-mazur (een destijds populaire mix van polka en mazurka in een relaxt walstempo) Die Libelle op. 204, deed het erg goed bij het publiek. Strauss zou geïnspireerd zijn geraakt na een bezoek aan de Traunsee in 1866. De libellen die laag over het water scheerden deden hem direct naar zijn muziekpen grijpen. Inderdaad zijn de bewegingen van dit sierlijke insect direct herkenbaar. Het publiek kreeg er tijdens de première in elk geval geen genoeg van. Het werk moest liefst vier keer gebisseerd worden. Ook Johannes Brahms omarmde Die Libelle. In 1889 vertrouwde hij de pianoversie van het stuk zelfs, samen met zijn eigen Eerste Hongaarse dans, aan de wasrol toe.

7. The Wasps

Ralph Vaughan Williams

In het jaar 422 voor Christus schreef de Griekse toneelschrijver Aristofanes een bijtende satire onder de titel De Wespen. Ver voor George Orwells Animal Farm associeerde Aristofanes bepaalde bevolkings- of beroepsgroepen al met dieren. Hier gaat het om een groep veteranen die als jurylid bij de rechtspraak niets anders doet dan iedereen maar veroordelen. Zij zijn de wespen, en de steek van de wesp is de griffel waarmee de handtekening onder het oordeel wordt geplaatst. In 1908 begon Vaughan Williams in opdracht van de Greek Play Committee van de Universiteit van Cambridge aan de toneelmuziek bij de Engelse vertaling van De Wespen. In 1912 bewerkte hij deze muziek tot een vijfdelige suite. Het eerste deel, de Ouverture, die begint met het gezoem van de wespen, werd het meest bekende deel. Het is met de mars en de aan de volksmuziek ontleende melodie die volgen typisch Engelse (film)muziek, maar dat gezoem blijft universeel.

8. Les Sauternelles

Francis Poulenc

Sprinkhanen zijn populair in de muziekwereld. Ongetwijfeld vanwege het feit dat de springbeweging eenvoudig om te zetten is in een muzikaal equivalent. Ook Francis Poulenc laat het springerige karakter van de sprinkhaan tot uiting komen in het eerste deel, Les Sauterelles, van zijn cantate Sécheresses (droogte) voor gemengd koor en orkest. Poulenc schreef het werk in opdracht van de puissant rijke Engelsman Edward James, die ook de teksten schreef. James, een vermeend buitenechtelijk kind van Edward VII, was een grote steun voor de surrealistische beweging en vroeg Poulenc te schrijven in ‘in een stijl van giraffen die in vuur en vlam staan; denk aan Dali’. Poulenc nam de opdracht slechts aan omdat hij erg veel betaald kreeg en had er verder niet zoveel zin in. De springerige en beukend Stravinskiaanse opening van Les Sauterelles bewijst dat ook een schijnbaar ongeïnspireerde Poulenc goede muziek aflevert.

9. Golden Butterflies

Ludovico Einaudi

De serie van zeven albums Seven Days Walking van Ludovico Einaudi is het resultaat van wandelingen die Einaudi maakte door de Alpen, waar hij elke dag min of meer hetzelfde spoor volgde. Op een van die dagen sneeuwde het stevig. ‘Alle vormen verloren hun contouren en kleuren en werden tot hun essentie terug gebracht’. Dat gevoel van extreme essentie werd het begin van Seven Days Walking. Een van de thema’s die op alle albums terugkeert is Golden Butterflies, het beeld van vlinders verlicht door de zon die dartelen over het veld. Op Day 1 presenteert de pianist spaarzaam gesteund door viool en cello het vlinderthema dat op de latere albums in variaties terugkeert. Met een beetje fantasie zien we ze vliegen.

10. Tarantella

Castelnuovo-Tedesco

Tienduizenden jaren voor onze beschaving maakten de Aboriginals in Australië er al een kunst van om de bewegingen van dieren te imiteren in rituele dansen. Ook Europa kent zijn dansen die alles te maken hebben met dieren. De bekendste is ongetwijfeld de Italiaanse tarantella, genoemd naar het wilde ronddansen van een slachtoffer van een beet van de giftige tarantula om op die wijze het gif te neutraliseren. Het schijnt een ‘broodje aap’-verhaal te zijn: de beet van de tarantula is pijnlijk, maar zeker niet gevaarlijk, laat staan dodelijk. Het heeft een mooie dans opgeleverd die tot op de dag van vandaag ook in instrumentale stukken een rol kan spelen. Zo schreef de Italiaanse componist Mario Castelnuovo-Tedesco in 1936 met Tarantella zijn bekendste gitaarwerk voor de twintigste eeuwse gitaarheld Andres Segovia. Het korte opzwepende stuk refereert met de versnelling en de uiteindelijke ineenstorting aan het slot aan de verwilderde uitputting van de dansende slachtoffers van de spinnenbeet.
En al valt een spin natuurlijk officieel niet onder de noemer ‘insecten’, de onderkop ‘alles wat vliegt, kriebelt, fladdert en tsjirpt’ rechtvaardigt deze toevoeging aan dit rijtje.

Blijf verbonden met de wereld van klassieke muziek

Ontvang onze nieuwsbrief, volg ons voor nieuwe inspiratie en maak jouw persoonlijke profiel aan om nog meer muziek te ontdekken die bij jou past. Met jouw profiel bewaar je favorieten, krijg je persoonlijke luistertips en blijf je op de hoogte van nieuwe opnamen van jouw favoriete musici. Je krijgt bovendien toegang tot het forum, waar je gedachten en ervaringen kunt delen met andere liefhebbers van klassieke muziek.

Schrijf je hier in voor onze maandelijkse nieuwsbrief.

"*" geeft vereiste velden aan

Privacybeleid*

Volg ons

Spotify Instagram Facebook Youtube
x

Ontvang onze maandelijkse nieuwsbrief

Volg ons voor nieuwe inspiratie en maak jouw persoonlijke profiel aan

Aanmelden