Maar de componist kreeg geen tijd om op dat succes voort te borduren: niet lang daarna begaf zijn van jongsaf zwakke gezondheid het definitief. Hij stierf in september 1945 in New York aan leukemie in zulke armoedige omstandigheden dat het Amerikaanse bureau voor auteursrechten zijn begrafenis moest betalen. ‘Het is jammer dat ik moet vertrekken met een volle koffer’, verzuchtte hij enkele uren voor zijn dood tegen de arts die hem behandelde.
Er waren nog zoveel muzikale ideeën die bruisten in zijn hoofd, en die hij niet meer zou kunnen uitpakken. Maar luisterend naar wat hij wel schreef doemt een groot woud op, waarin je eindeloos kunt dwalen, alsof in Bartók meerdere componisten schuilgingen. Zijn veelzijdigheid is indrukwekkend, en toch blijft zijn muziek juist in alles Bartók. Je zou hem nooit voor iemand anders kunnen aanzien.