Top 10 Wintermuziek

Naaldbomen bedekt met sneeuw.
Stanely Dai / Unsplash

‘Je kunt niet genoeg winter krijgen in de winter’, vond de Amerikaanse dichter – met de toepasselijke naam – Robert Frost. De kale witte landschappen en het gladde zwarte ijs lieten ook hun sporen na in de muziek. Vijf winterse stukken.

Antonio Vivaldi – Winter uit de Vier Jaargetijden (1723)

Tal van componisten lieten zich inspireren door de seizoenen. Tsjaikovski beschreef ze in pianostukken, Glazoenov maakte er een ballet van, Haydn een oratorium en Piazzolla danst er de tango op. Maar de meest bijzondere winter blijft toch die van Antonio Vivaldi, die zelf – althans dat denken kenners – bij elk jaargetijde een sonnet schreef, dat hij vervolgens in noten vertaalde. De manier waarop de viool vertelt over ‘het stampvoeten van verijsde voeten’, ‘het klapperen van de tanden’ en de ‘bijtende winden’ blijft even weergaloos als invoelbaar – ook na bijna drie eeuwen.


Émile Waldteufel – Les Patineurs Valse (1882)

In de winter is Nederland een schaatsland. Daarom mag de wals Les Patineurs van Waldteufel niet ontbreken. De componist kwam op het idee na een bezoek aan de ijsbaan in het Bois de Boulogne in Parijs. Aan de muziek is te horen dat het niet om snelheid ging, maar om het zwierig zwieren. Het is Waldteufels enige stuk dat de geschiedenis goed heeft doorstaan, mede doordat het stuk in menige film en televisieserie opduikt. Je kunt er natuurlijk ook uitstekend op ijsdansen!

 


Henry Purcell – Cold Song (1691)

Als er één lied in de muziekgeschiedenis is, waarvan je acuut begint te bibberen, dan is het wel The Cold Song uit Henry Purcells semi-opera King Arthur. Koning Arthur gaat op zoek naar zijn geschaakte verloofde Emmeline, en moet daarbij allerlei waanbeelden overwinnen. Bij dit lied roept Cupido, de god van de vleselijke liefde, de Koude Genius wakker, die ligt te slapen onder een berg sneeuw. ‘Ontwaak en schud de winter uit uw mantel.’ Het ontwaken lukt, maar de Koude Genius is oud en stijf, en ligt liever weer onder de witte deken van het bed van eeuwige sneeuw.


Sergei Prokofjev – Een winters kampvuur (1950)

Van de componist die Peter en de Wolf zo meesterlijk op muziek zette, bestaat ook een bijzonder werk voor orkest, jongenskoor en verteller over een kampvuur. In deze verwarmende muziek over een groep kinderen die een winters uitstapje maken hoor je het geruis van een treinrit, het dwarrelen van sneeuw, de kinderen die een wals op het ijs schaatsen, en op het hoogtepunt het geknisper van het kampvuur.


Pjotr Ilitsj Tsjaikovski – Symfonie nr.1 ‘Winterdromen’ (1886)

Het was pas zijn Eerste Symfonie, maar Tsjaikovski geloofde dat hij de compositie ervan niet zou overleven. Hij leed aan slapeloosheid, hoofdpijnen en toevallen. Volgens een arts was hij ‘één stap verwijderd van de waanzin’. De eerste twee delen gaf Tsjaikovski sprekende titels: ‘Dromen van een winterreis’ en ‘Verlaten land, mistig land’. In de winterreis lijkt de nog jonge componist – hij was halfweg de twintig – begeesterd door zijn kennismaking met de muziek van Felix Mendelssohn, en dan met name diens Midzomernachtsdroom. Toch klinken zijn winterdromen uitgesproken Russisch.


Alexander Glazoenov – Winter uit De seizoenen (1900)

Ook de Rus Alexander Glazoenov zette de vier jaargetijden op muziek. In het eerste deel van zijn ballet wordt de winter uitgebeeld door een mannelijke danser, vergezeld door zijn vier ijzige vrienden: Sneeuw, Hagel, IJs en Rijp. Samen spelen en dwarrelen ze door de sneeuw, tot plotseling tijdens een sneeuwstorm twee ondeugende gnomen verschijnen en het hele ijzige gezelschap als sneeuw voor de zon laat verdwijnen.


Franz Schubert – Winterreise (1827)

Het waren de meest duistere liederen uit zijn loopbaan, vond Schubert, de eenzame reis van een versmade minnaar door de barse winter, maar wat blijven ze indrukwekkend. Hij zette muziek onder in 24 gedichten van Wilhelm Müller. In de pianopartij komen op magistrale wijze de verschillende elementen van de winter terug. Meteen in het eerste lied hoor je al hoe de voeten zich met moeite losmaken uit de diepe sneeuw om vooruit te komen. De piano schetst een net zo duidelijk en indringend beeld van de winter als de stem. En dat maakt Winterreise tot een muzikale tocht die je een leven lang kunt blijven afleggen, zonder ook maar een moment van verveling.


Jean Sibelius – Een eenzaam skispoor (1925)

Ett ensamt skidspår is een klein maar fijn werk van de Finse componist Jean Sibelius. Het hoort tot het genre melodrama, waarbij een gesproken tekst wordt begeleid door muziek, in dit geval oorspronkelijk piano, en later gearrangeerd voor harp en strijkorkest. De tekst is een gedicht van de Zweed‑Finse dichter Bertel Gripenberg en beschrijft een eenzaam skispoor door een winternatuur. Het pad door de sneeuw fungeert als beeld voor het menselijk leven en denken: het kronkelt, verdwijnt in de stilte van het bos en eindigt plots bij een steile afgrond.


Franz Liszt: Étude d’exécution transcendante nr. 12, ‘Chasse-neige’ (1852)

Tremolo’s, tremolo’s en nog meer tremolo’s: aan het uitvoeren van deze Liszt-etude hebben pianisten een flinke kluif. Bibberende vingers zullen niet helpen, al zou je die pardoes krijgen van deze ijzige noten. De etude heeft de bijnaam chasse-neige (sneeuwstorm): een woeste sneeuwvlucht waarin de noten als woeste vlokken door de lucht wervelen.


Ralph Vaughan Williams – Sinfonia Antarctica

In zijn Sinfonia Antarctica neemt de Brit Vaughan Williams je mee naar de uitgestrekte, ijzige stilte van het Antarctische continent. Een uit de kluiten gewassen orkest (met onder andere een windmachine) schildert een landschap van kraaiende wind, glinsterende sneeuwvlaktes en verre ijsschotsen, afgewisseld met momenten van serene verstilling. Het werk ademt zowel eenzaamheid als ontzag en laat horen hoe muziek de kracht en de schoonheid van een onherbergzame winterwereld kan oproepen.