Top 10 Treurige muziek

© Kouichi Chiba / iStock

Nu de dagen donkerder worden is de hang naar treurige muziek vaak ook groter. Daarom deze keer, als somber lichtpuntje in de duisternis, een top tien van de meest treurige klassieke muziek. Verdriet, pijn, tekenen van een depressie? Geen nood: you are not alone…

Lijstjes. Ze zijn er in alle soorten en maten. Leuk, maar ook willekeurig. Zo is een top tien van de meest treurige klassieke muziek ook niet meer dan een momentopname die meer niet dan wel zegt. Met hetzelfde gemak is er een lijst samen te stellen van de tien treurigste operafragmenten, de treurigste muziek van Bach, de treurigste instrumentale muziek, de treurigste liederen enzovoort. Accepteer daarom de onvolledigheid van deze lijst, want u vindt geen Adagio van Albinoni of Barber. Ook Pergolesi’s Stabat Mater, het Miserere van Allegri en de Marche funèbre uit Beethovens Eroica of de aangrijpende delen uit diens late strijkkwartetten en pianosonates ontbreken. Ze hadden er met dezelfde geldigheid tussen kunnen staan, maar sneuvelden in een poging enige diversiteit in tijd, stijl en uitvoeringslichaam aan te brengen. Dat is niet helemaal gelukt, want de stem is nog steeds behoorlijk aanwezig. Dat kan misschien ook niet anders. De menselijke stem is toch het instrument dat, mits goed gebruikt, direct tot de ziel spreekt. Verder is de volgorde vrij willekeurig. En zelfs daarvor kan naar hartenlust gediscussieerd worden. Schroom daarom niet om commentaar en uw eigen favorieten te geven, dan komen we daar later met een update van de top 10 van de treurigste klassieke muziek graag op terug.


Schubert – Adagio uit Strijkkwintet in C

‘Het Adagio uit het Strijkkwintet in C van Schubert is de mooiste muziek ooit geschreven en ik kan er nauwelijks naar luisteren’, zei een goede vriend ooit. ‘Het komt te dichtbij, doet teveel pijn’. Logisch, dit tweede deel uit het Strijkkwintet dat Schubert kort voor zijn dood schreef is het Eli, Eli, lama sabachtani (Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten) van de kamermuziek. Het Adagio bestaat uit noten die balanceren op de rand van de dood. Er naar luisteren is een beetje sterven en vervolgens opkrabbelen en een poging doen de moed te vatten om weer opnieuw te beginnen. Het is de pijn van afscheid in optima forma, van alles wat verloren is en nooit meer terugkeert. En daarom kan juist dit Adagio niets anders zijn dan de treurigste muziek ooit geschreven.


Mozart – Molto Allegro uit Symfonie nr. 40

Het lijkt een vreemde eend in deze lijst. Het hoofdthema van het eerste deel van Mozarts Veertigste Symfonie is immers al jaren een even irritante als quasi-vrolijke ringtone. Toch is er voor de goede verstaander meer aan de hand. Zo’n goede verstaander was Josef Krips met het toen nog niet Koninklijke Concertgebouworkest. De opname van de Veertigste Symfonie die Krips in de vroege jaren zeventig maakte, prikt dwars door het ‘met mij gaat alles goed-masker’ heen. In de ruimte tussen de noten klinken opeens de tranen die Mozart liet om het heen gaan van weer een kind, om de ziekte van zijn vrouw, om haar vreemdgaan, om het leven, om alles. En deze huilende Mozart maakt dit eerste deel van de Veertigste Symfonie de best denkbare runner-up van deze lijst.


Purcell – Dido’s lament uit Dido and Aeneas

Remember me, ofwel: laat mijn bestaan zinvol zijn geweest, zingt Dido aan het eind van Purcells opera Dido and Aeneas. Aeneas heeft haar verlaten omdat de zogenaamde plicht roept en Dido sterft van trots en verdriet. Het is de pure existentie die Purcell neerzet over de gestaag dalende en repeterende baslijn van de dood. De barokke retorica in de begeleiding ontgaat de hedendaagse mens misschien, maar het pure verdriet, de twijfel, de pijn vlak voordat de laatste adem wegsterft, raakt nog steeds.


Bach – Komm, süßer Tod BWV 478

Op deze plek had ook de Sonatina uit de cantate Gottes Zeit is die allerbeste Zeit, de Actus tragicus BWV 106, of het meesterlijke Erbarme dich uit de Matthäus Passion kunnen staan, maar vanwege de beknoptheid en het feit dat het een geïsoleerd lied is valt de keuze toch op Komm, süßer Tod BWV 478, het lied voor solostem en basso continuo dat Johann Sebastian Bach componeerde voor het Musikalische Gesang-Buch dat in 1736 onder redactie van Georg Christian Schemellis in Leipzig verscheen. Waar het om gaat is dat Bach om het even welke emotie met een onwaarschijnlijk muzikale nauwkeurigheid wist uit te drukken.


Arvo Pärt – Spiegel im Spiegel

Spiegel im Spiegel. Het is in de aard een meesterlijk en teder omarmend slaapliedje. Arvo Pärt heeft het waarschijnlijk nooit zo bedoeld, maar zijn eerste werken in zijn kenmerkende tintinnabuli-stijl, waaronder het in 1978 geschreven Spiegel im Spiegel, blinken uit in nostalgische eenvoud doorspekt met simpel schrijnende dissonanten die contemplatie en treurnis in de hand werken. Het idee van het ‘Droste-effect’ dat de inspiratie voor Spiegel im Spiegel is ten spijt, is dit oorspronkelijk voor piano en viool geschreven werk de mooiste huil- en troostmuziek die er bestaat voor het slapen gaan na een verontrustend ontwrichtende dag.


Puccini – Sono andati? uit La Bohème

Talloos zijn de opera’s waarin aangrijpend gestorven wordt. Alsof de laatste adem oneindig verlengd kan worden zingen sopranen – ja, het zijn meestal stervende sopranen – van liefde, verlangen en verloren dromen in het aangezicht van de dood. Hier had net zo makkelijk de sterfscene van Violetta uit Verdi’s La Traviata kunnen staan, maar de keus is toch gevallen op het meeslepende weerzien van Mimi en haar enige echte geliefde Rodolfo in het voorportaal van haar dood uit Puccini’s La Bohème. Het gaat over angst voor het leven, angst voor de liefde, de weemoed van het leven niet ten volle leven en de tragiek van het naderende afscheid. Hoeveel pijn kan een mens hebben…


Gesualdo – Moro, lasso, al mio duolo

Ik sterf, helaas. Want zij die mij het leven kan schenken, schenkt mij de dood. Aldus Carlo Gesualdo. De tekst past geheel bij de vroege zeventiende eeuw waarin het geschreven is, maar de noten die Gesualdo ervoor gebruikt vertegenwoordigen niet minder dan de erotiek van het lijden. Het is het genot van de treurigheid dat spreek uit het oeuvre van de componist die zijn vrouw en haar minnaar op brute wijze vermoordde en er mee weg kwam. De rest van zijn leven zou een grote muzikale boetedoening zijn. Dat is het niet. Het is een viering van het leed, zwelgen in pijn. En daar komt bij Gesualdo louter vooruitstrevende schoonheid van. Dit Moro, lasso uit het zesde boek met madrigalen is zijn bekendste madrigaal, maar zijn oeuvre herbergt nog vele andere treurige juwelen.


Messiaen – Louange a l’eternité de Jesus uit Quatuor pour la fin du temps

Muziek voortkomend uit verzet, uit diep menselijk leed, het is muziek die de treurigheid lijkt te hebben uitgevonden. Hier had met hetzelfde gemak de Metamorphosen van Richard Strauss kunnen staan, de Symfonie der klaagzangen van Henryk Gorecki of zelfs het onthutsende Threnody for the Victims of Hiroshima van Krzysztof Penderecki, maar de mooiste oorlogsmuziek komt ongetwijfeld van Olivier Messiaen. Hij schreef zijn Quatuor pour la fin du temps in de winter van 1940-1941 terwijl hij als krijgsgevangene in Stalag VIII-A zat in het Duitse Görlitz. Hij had een klarinettist, een violist, een cellist en een pianist tot zijn beschikking en voor deze instrumenten schreef hij in verschillende combinaties een stille noodkreet van menselijke waardigheid in een onmenselijke omgeving. Het intrieste cello-pianoduet Louange a l’eternité de Jesus vertolkt die pijn op het scherpst van de snede.


Chopin – Marche funèbre uit Pianosonate Nr.2 in bes Op.35

Was dit de top 10 van meest melancholische klassieke werken dan zou Frédéric Chopin negen van de tien plekken bevolken en had alleen de Engelse luitenist en ‘songwriter’ John Dowland als enige andere componist ergens een plek gekregen. Toch staat Chopins Marche funèbre, het derde deel uit diens Tweede pianosonate, model voor de fascinatie voor de dodenmars in de negentiende eeuw. Dus omdat deze prachtige pianosolo niet alleen tijdens Chopins begrafenis werd gespeeld, maar nog steeds figureert in de hoogste regionen van de klassieke hitlijsten van crematoria, staat deze statige herinnering aan een aanstaande dood in de lijst van treurige klassieke muziek.


Neil Young – Borrowed Tune

Omdat elke lijst ook de signatuur van de maker(s) draagt, ook een uitstapje naar de popmuziek. Het kan, want de Canadese singer/songwriter Neil Young volgt hier een procedé dat ook Johann Sebastian Bach veelvuldig gebruikte, dat van de pastiche. Hij nam een bekende klassieker van de Rolling Stones, Lady Jane, en gaf daar met tekst en begeleiding een eigen draai aan, waarbij hij eerlijk aangaf dat het om ‘geleend’ materiaal ging. De song komt van de donkerste en somberste langspeelplaat die Young ooit maakte: Tonight’s the night. Kort voor de opnamen waren een podiummedewerker en een bandlid overleden aan een overdosis. De platenmaatschappij wilde Tonight’s the night na het succesvolle Harvest niet eens uitbrengen: te somber. Gelukkig kwam de LP er in 1975, drie jaar na de opnamen, toch. In Borrowed Tune zingt een desolate Young, zichzelf moeizaam begeleidend op piano, mondharmonica en de onvermijdelijke fles whisky, over schuldgevoel en het gebrek aan inspiratie (too wasted to write my own…). De ellende, de twijfel aan alles, het werd voor de samensteller van deze lijst de soundtrack van de ondraaglijke droefheid van de voortschrijdende adolescentie, en vooral een verbond van gedeelde ‘eenzaamheid’ met een zanger die treurnis voor heel even mooi en inzichtelijk maakte.


Aanbevolen opnamen


Lees en luister ook