Artiesten & componisten / Anton Bruckner, diepgelovige romanticus met monumentale muziek

Voeg toe aan favorieten

Componist

Anton Bruckner, diepgelovige romanticus met monumentale muziek

Anton Bruckner was een bijzondere man. Zijn muzikale stijl werd zwaar beïnvloed door de muziek van Richard Wagner, die hij bijna obsessief verafgoodde. Zo is de donkere, duistere sfeer van Wagners Tristan und Isolde duidelijk terug te horen in Bruckners gebruik van harmonieën. Maar ook de kerkmuziek van Bach, Haydn, Mozart en Palestrina was van invloed op zijn stijl. Bruckners symfonieën worden daarom ook wel eens beschreven als ‘kathedralen van geluid’, religieuze composities gevuld met devote klanken.

Wat je altijd al wilde weten over Bruckner

Bruckners symfonieën worden vaak vergeleken met een kathedraal omdat ze eenzelfde gevoel van ruimte, orde en verheffing oproepen. Zoals een kathedraal steen voor steen is opgebouwd, ontwikkelt Bruckner zijn muziek stap voor stap. Thema’s keren terug, groeien langzaam uit tot indrukwekkende hoogtepunten en vormen samen een hecht geheel. Zijn diepe katholieke geloof klinkt bovendien door in de plechtige sfeer van veel van zijn muziek. Daardoor ervaren veel luisteraars zijn symfonieën als een spirituele reis.

Van verschillende symfonieën van Anton Bruckner bestaan meerdere versies, omdat hij zijn werken na de première vaak herzag. Soms deed hij dat uit eigen overtuiging, maar regelmatig ook onder druk van vrienden, dirigenten of critici die zijn muziek te lang of te complex vonden. Daardoor ontstonden verschillende edities van dezelfde symfonie, met wijzigingen in de orkestratie, de structuur of de lengte. Tegenwoordig kiezen dirigenten bewust voor een bepaalde versie, waardoor uitvoeringen van dezelfde symfonie verrassend verschillend kunnen klinken.

Ja, maar er zijn ook duidelijke verschillen. Anton Bruckner en Gustav Mahler schreven allebei groots opgezette symfonieën voor een groot orkest en behoren tot de belangrijkste symfonische componisten van de laatromantiek. Toch klinkt hun muziek heel anders. Mahler legt de nadruk op menselijke emoties, dramatische contrasten en persoonlijke expressie. Bruckner kiest juist voor een meer verstilde, spirituele benadering, met lange spanningsbogen en een zorgvuldig opgebouwde muzikale structuur. Juist die verschillen maken beide componisten zo uniek.

Wie alleen de symfonieën van Anton Bruckner kent, zou eens moeten luisteren naar Helgoland. Dit indrukwekkende werk voor mannenkoor en groot orkest was Bruckners laatste voltooide compositie en laat een heel andere kant van de componist horen. In plaats van de verstilde, spirituele sfeer uit zijn symfonieën klinkt hier heroïek, dramatiek en een krachtige orkestklank. Helgoland wordt zelden uitgevoerd, maar geldt onder kenners als een verborgen parel die laat horen hoe veelzijdig Bruckner als componist was.

Invloeden en vroege jaren

Het duurde vrij lang voordat Bruckner zijn reputatie als componist gevestigd had. Bijna alle werken die wij van hem kennen, schreef hij pas na zijn veertigste. Desondanks componeerde hij zijn eerste compositie, een zetting van de hymne Pange lingua, al toen hij elf jaar oud was. Dit kwam waarschijnlijk door de aanmoedigingen van zijn neef – de kerkcomponist Johann Baptist Weiss – die Haydn, Mozart en Schubert voor hem speelde. Bruckners echte muziekeducatie begon echter pas op zijn twaalfde. Nadat zijn vader overleed aan tuberculose, bracht zijn moeder hem onder in het nabije klooster St. Florentijn, waar hij naast onderdak ook muzieklessen kreeg.

Overste Michael Arneth van het klooster werd een soort vervangende vader voor de jonge Anton. Gedurende zijn latere leven zou St. Florentijn een thuis blijven voor Bruckner, zeker in tijden van crisis. Komt zijn obsessie met muzikale balans voort uit de barokke stijl van dit klooster? Na het overlijden van overste Arneth – Bruckner was dertig – bleef de componist zoeken naar vaderfiguren. Zo noemde Bruckner rond zijn zestigste Hermann Levi zijn ‘artistieke vader’ (‘Mein künstlerischer Vater’). Een bijzondere aanduiding voor de vijftien jaar jongere dirigent.

Organist, studie en mentale strijd

Aanvankelijk volgde Bruckner de voetstappen van zijn vader en werd docent. De passie voor muziek bleek echter sterker en door zijn muzikale talent werd hij in 1856 organist van de Kathedraal van Linz. Als organist was Bruckner veel bekender dan als componist, vooral vanwege zijn improvisatiekunsten. In dezelfde periode begon Bruckner met het volgen van harmonie- en contrapuntlessen bij de bijzonder strenge leraar Simon Sechter. Sechter had in een ver verleden ook lesgegeven aan Franz Schubert. Bruckner was daarvan zeer onder de indruk en doorstond deze ontberingen daarom maar al te graag.

Pas op zijn negenendertigste durfde Bruckner het aan om vrijelijk te componeren. Toen ging het snel. De muziek van Wagner en Beethoven met hun enorme omvang en kracht inspireerde hem tot het schrijven van zijn eerste grootschalige werk, de Mis in D-klein. Hoewel het werk tijdens de première in 1864 een groot succes was, stelde een criticus dat het schrijven van een symfonie Bruckner wellicht nog beter zou afgaan. De beginnende componist zag dat als een uitdaging en gaf gehoor aan zijn ‘symfonische roeping’.

Eerste Symfonie

Vol goede moed begon hij het jaar daarop aan zijn Eerste Symfonie. Maar zoals vaker in Bruckners carrière, leidde zijn voorafgaande succes tot een mentale breakdown. Zijn obsessieve trekjes, die normaliter in toom te houden waren, werden nu wel heel dwangmatig. Zo probeerde hij in 1866 wanhopig alle blaadjes van een boom te tellen. Ook de lovertjes op de jurk van zijn zus moesten geloven aan een inventarisatie. Een jaar na deze inzinking begon Bruckner echter aan zijn Mis in F-klein – het schrijven van muziek bracht hem weer enige rust. Het ging zelfs zo goed dat hij het jaar daarna gevraagd werd om te gaan lesgeven aan het Weense conservatorium. In Wenen vond Bruckner helaas niet veel medestanders. Dirigent Johann Herbeck had sympathie voor zijn ideeën, maar de rest van de stad was onverschillig of zelfs agressief richting Bruckner. Zijn toewijding aan het modernisme van Wagner maakte hem niet geliefd bij de conservatieve muziekpers. Er ontstond zelfs een ruzie met de befaamde criticus Eduard Hanslick, die meer zag in Brahms als de toekomst van de muziek. De catastrofale première van Bruckners Derde Symfonie leidde dan ook tot wrede recensies. Bruckners muziek verdween vijf jaar uit de Weense concertzalen.

Waardering, latere werken en nalatenschap

Bruckner wordt vaak beschreven als onzeker. Er doen zelfs verhalen de ronde waarin de componist nederig de kritieken van zijn collega’s en zelfs leerlingen onderging. Ondanks deze vernederingen bleef hij trouw aan zijn symfonische roeping. En met goed gevolg – naarmate de tijd verstreek begon men Bruckners muziek langzamerhand meer te waarderen. Vooral dirigent Hans Richter werd er een voorvechter van. In 1884 leek met de première van Bruckners Zevende Symfonie in het progressieve Leipzig het tij te keren. Latere uitvoeringen van zijn Te Deum en Achtste Symfonie bleken zelfs enkele critici over te halen – Bruckner kreeg volgelingen in Wenen! Aangemoedigd door het succes begon hij aan zijn meest ambitieuze project: de Negende Symfonie, opgedragen aan ‘onze lieve Heer’. Het massieve orkest zou eindigen met een heuse lofzang. Maar wederom begon Bruckners psychische gezondheid hem parten te spelen. Zijn bijzondere, maar obsessieve trekjes doken opnieuw op.

Dit keer betrof de obsessie zijn muziek – de vele, kleine revisies aan zijn vroegere composities deden zijn vrienden eerder denken aan waanzin, dan aan wat Bruckner zelf beschreef als ‘religieuze toewijding’. Toen Bruckner in 1896 stierf, waren slechts drie van de vier delen van zijn Negende Symfonie klaar. Hoewel de finale grotendeels af was, ontbrak de cruciale lofzang. Volgens sommige musicologen was Bruckner tot vlak voor zijn dood bezig met deze hymne, maar werd het werk gestolen door souvenirjagers. Heeft deze hymne bestaan? Hoewel we nog steeds in het duister tasten zijn de bestaande drie delen gelukkig compleet genoeg om ook zonder het laatste deel ons te ontroeren. Vooral het Adagio laat een verpletterende indruk achter – niet voor niets noemde Bruckner het zijn ‘afscheid van het leven’ (‘Abschied vom Leben’).

Blijf verbonden met de wereld van klassieke muziek

Ontvang onze nieuwsbrief, volg ons voor nieuwe inspiratie en maak jouw persoonlijke profiel aan om nog meer muziek te ontdekken die bij jou past. Met jouw profiel bewaar je favorieten, krijg je persoonlijke luistertips en blijf je op de hoogte van nieuwe opnamen van jouw favoriete musici. Je krijgt bovendien toegang tot het forum, waar je gedachten en ervaringen kunt delen met andere liefhebbers van klassieke muziek.

Schrijf je hier in voor onze maandelijkse nieuwsbrief.

"*" geeft vereiste velden aan

Privacybeleid*

Volg ons

Spotify Instagram Facebook Youtube
x

Ontvang onze maandelijkse nieuwsbrief

Schrijf je in via onderstaande knop

Aanmelden