Tsjaikovski was in die tijd op het toppunt van zijn internationale roem. In 1892 werd hij in Frankrijk benoemd tot lid van de prestigieuze Académie des Beaux-Arts en in Engeland kreeg hij een eredoctoraat van de Universiteit van Cambridge. Zijn werk verspreidde zich snel. Zo werd Iolanta, de opera die Tsjaikovski in het kielzog van De Notenkraker schreef, kort na de première op 18 december 1892 in het Mariinski Theater al uitgevoerd door de Hamburgische Staatsoper onder leiding van niemand minder dan Gustav Mahler. Het was tijdens een uitgebreide tournee door Europa dat Tsjaikovski in Parijs de toen nog vrij nieuwe celesta ontdekte. Uit angst dat collega’s hem voor zouden zijn, hield Tsjaikovski zijn ontdekking aanvankelijk geheim. De hemelse, klokkenspelachtige klank betoverde de componist zo – ‘een goddelijk, wonderbaarlijk geluid’, zo meende hij – dat hij met de Dans van de Suikerfee de eerste werd die de noviteit in het symfonieorkest toepaste. Hij gaf hiermee een enorme impuls aan het succes van het instrument.