Bij oude beschavingen, zoals die van de Egyptenaren, Grieken en Romeinen bestond al het gebruik om van het menselijk gelaat, dood of levend, een afgietsel te maken in was of gips. Dit afgietsel diende als model voor de beeldhouwer om een portret in steen te maken. Ook werden de maskers gebruikt bij de uitvaart van een overleden vorst of als herinnering aan een voorouder.
Tot in de Middeleeuwen werden deze dodenmaskers vooral gemaakt van vorsten en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. Maar vanaf de 17e eeuw maakte men ook dodenmaskers van wetenschappers, schrijvers, componisten en andere kunstenaars. Ondanks dat de maskers na overlijden gemaakt zijn, geven ze ook na al die tijd nog een indruk van grote intimiteit en nabijheid. Een bijzondere ervaring, zeker als het gaat om bekende of bewonderde mensen. In de 18e eeuw werden dodenmaskers van ‘beroemdheden’ daarom niet voor niets een geliefd verzamelobject.