In de spotlights Klavecinist Mahan Esfahani

Geen componist over wie zó veel is geschreven als Johann Sebastian Bach. Maar hoe goed kennen we zijn muziek nu eigenlijk echt? Voor de avontuurlijke klavecinist Mahan Esfahani (1984) is het antwoord zo klaar als een klontje: helemaal niet zo goed als we denken. ‘Bach bestuderen is als naar de sterren kijken.’
Sterrenkijken
Twee jaar geleden lag Mahan Esfahani met vrienden op een heuvel bij de Italiaanse stad Triëst – een van zijn favoriete vakantiebestemmingen – naar de donkere hemel te turen. ‘Er was die nacht een enorme meteorenregen. We hadden telescopen bij ons en hebben urenlang gekeken. Wat er allemaal aan hemellichamen is en hoe alles beweegt, dat is echt fascinerend. Je denkt te weten wat daarboven gebeurt, maar eigenlijk weet je het niet. Ik in ieder geval niet – ik ben tenslotte geen astronoom. Maar het was een onvergetelijke ervaring.’
Voor Esfahani is Bach bestuderen net zoiets: eindeloos ingewikkeld, en tegelijkertijd lonend. ‘Confucius zei ooit iets als: “Hoe langer je omhoog kijkt, hoe hoger de hoogte zich uitstrekt. En hoe langer je naar beneden kijkt, hoe dieper de diepte zich uitstrekt.” Je kunt allerlei superlatieven op de muziek van Bach plakken, maar die uitspraak geldt hier ook.”
Mammoetproject
Over lang Bach bestuderen gesproken: daar is Esfahani al jaren intensief mee bezig. Voor zijn huidige mammoetproject – een opnamereeks van alle klavierwerken van Bach – heeft hij inmiddels onder meer het Wohltemperierte Klavier I, de toccata’s, de zes partita’s, de Franse suites, de preludes, inventies en sinfonia’s, de Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach, en het Italiaans Concert en de Franse Ouverture opgenomen. Onlangs waren alle klavierconcerten aan de beurt.
Bijna drie eeuwen Bach-onderzoek en -uitvoeringen ten spijt bestaan er volgens Esfahani nog altijd hardnekkige aannames over zijn muziek. Zo geldt Bach in veel verhalen als het eindpunt van een ontwikkeling: een tamelijk conservatieve componist die archaïsche vormen tot een hoogtepunt bracht, terwijl zijn zonen allang in een modernere stijl componeerden. Precies dergelijke aannames wil Esfahani met zijn project ter discussie stellen.
Hoe goed kennen we Bach eigenlijk?
‘Mijn lerares, Růžičková, zei altijd: “We weten nog steeds niet echt wie Bach was.” En zo ervaar ik het ook: hoe meer ik weet, hoe meer ik weet dat ik eigenlijk niets weet. Beschouw je Bach als een archaïsche componist, niet geïnteresseerd in moderniteit, dan spreekt zijn werk dat tegen zodra je het van dichtbij bekijkt. Beschouw je Bach puur als een provocerende componist, dan is er ook voldoende bewijs om dat weer teleggen. Alles wat ik dacht te weten, wordt steeds opnieuw door Bach op de proef gesteld. We hebben honderden jaren nodig gehad om Bach te begrijpen, en ik denk dat we hem nog steeds niet helemaal begrijpen. Het is alsof we eeuwig met hem in gesprek zijn.”
Voor veel mensen is Bach de grootste componist aller tijden.
‘In zijn eigen tijd was Bach natuurlijk geen grote naam. Wij hebben hem een grote naam gemaakt, misschien wel ten koste van hem. Bach zag zichzelf ook niet als de grootste componist van zijn tijd. Hij zag zichzelf zelfs niet eens als de grootste componist van zijn familie, dat vond hij een van zijn ooms.’
‘We gebruiken Bach ook als een soort meetlat, om anderen mee te kunnen uitsluiten. Terwijl Bach denk ik buitengewoon betrokken was bij de muzikale ontwikkelingen van zijn tijd. Hij bestudeerde en voerde nieuwe muziek uit; muziek waar men tegenwoordig niet veel meer mee heeft. We kraken het af, zeggen dat het geen eersteklas muziek is. “Het lijkt in niets op Bach,” zeggen we dan. Maar Bach vond die muziek wél goed en voerde het uit.’
Wat voor componist zien we aan het werk in Bachs klavierconcerten?
‘Een volkomen moderne componist. Ik heb in het verleden wel eens gezegd dat Bachs late stijl tot op zekere hoogte overeenkomt met wat de filosoof Adorno zegt over de late stijl van componisten: dat ze zich minder interesseren voor de gangbare muzikale taal van hun tijd en zich meer naar binnen keren. Daarin heb ik me vergist. Twee dingen kunnen tegelijk waar zijn. Bach keert zich in zijn late stijl tot op zekere hoogte naar binnen toe – hij trekt zich terug uit zijn werk in de kerk, daar bestaat geen twijfel over. Maar hij zet zijn zeer extraverte houding juist voort in deze klavierconcerten, die sterk gericht zijn op het publiek.’
Je speelt deze werken op een modern klavecimbel met het Britten Sinfonia, dat ook op moderne instrumenten speelt.
‘Dat is geen provocatie. Ik speel eigenlijk nooit met ensembles die op oude instrumenten spelen. Ik doe gewoon mijn werk met de musici met wie ik me prettig voel. De beste ervaringen die ik met deze muziek heb gehad, waren met moderne spelers. Waarom zou dat minder legitiem zijn? Er is in de oudemuziekwereld ruimte voor allerlei mengvormen – oude muziek met jazz, wereldmuziek, crossover, ga zo maar door. Maar zodra je oude muziek met moderne instrumenten doet, wordt het ineens een probleem. Dat heeft iets hypocriets.’
‘Mijn belangrijkste invloeden voor Bach zijn pianisten als Samuel Feinberg, Sviatoslav Richter en Maria Yudina: grote pianisten uit de Russische traditie. Zij gebruiken nu eenmaal hun eigen, moderne instrumenten. Of neem iemand als Josef Suk [1929-2011, red.], een geweldige Tsjechische violist en een fantastische Bach-speler. Zelfs toen hij in de zeventig was bestudeerde hij nog steeds zijn partituur om zijn streken aan te passen. Hij zei: “Ik heb deze muziek nog steeds niet doorgrond.” Ik zag op sociale media eens een stomme opmerking onder een Bach-video van hem: “Wat zonde dat hij geen barokinstrument had.” Wat je dan eigenlijk zegt is dat je, ondanks dat hij vanuit zijn hart en geest musiceert, geen behoefte om te luisteren, simpelweg omdat het instrumentarium ‘niet deugt’? Het is alsof je tegen een immigrant zegt: “Je spreekt mijn taal niet perfect, dus ik hoef niet naar je te luisteren.”
‘In het Engels betekent het werkwoord ‘instrumentalize’ gebruiken. Een instrument is gewoon iets waarmee je jezelf uitdrukt. Ik gebruik het klavecimbel om mezelf uit te drukken, daarop voel ik me expressief. Wie deze muziek uitsluitend vanuit het gebruikte instrumentarium bekijkt, mist een een heel stuk van het verhaal.’
Bach: The Complete Keyboard Concertos (2CD)
Mahan Esfahani’s enorme project om de complete klavierwerken van Bach op te nemen bereikt zijn hoogtepunt met The Complete Keyboard Concertos. Door samen te werken met de Britten Sinfonia weerlegt hij de aanname dat het klavecimbel als een ‘oud’ instrument zou worden beschouwd, en kiest hij voor moderne instrumenten in plaats van historische exemplaren. Naast zijn rollen als klavecinist en dirigent voegt Esfahani een compositorische prestatie toe aan zijn cv met de eerste opname van zijn eigen reconstructie van het “verloren concerto” nr. 8 (BWV1059), dat ooit alleen als klein fragment beschikbaar was.



