Inspiratie / Top 10 / Top 10 | Componisten rond de Zonnekoning

Voeg toe aan favorieten

Top 10

Componisten van de Zonnekoning

Aan het hof van Lodewijk XIV viel er muzikaal eindeloos veel te smullen. Van opera tot klaviergeklater en van monumentale koormuziek tot intieme huiskamerstukken: tijdens de bijna driekwart eeuw (1643-1715) dat de Zonnekoning over Frankrijk regeerde, zorgden onder meer deze tien componisten voor muzikale pracht en praal.

1. Jean-Baptiste Lully

Zeg je Lodewijk XIV, dan zeg je Jean-Baptiste Lully (1632-1687). Deze geboren Florentijn belandde als tiener in Frankrijk en wist zich met zijn talent voor muziek én dans al snel in de kijker te spelen. Lully en de Zonnekoning dansten onder meer samen in het beroemde Ballet royal de la nuit. Via steeds belangrijkere functies aan het hof groeide Lully uiteindelijk uit tot de belangrijkste musicus van Versailles. Van tragische opera’s en balletmuziek tot kamermuziek en grootse motetten voor de koninklijke kapel: Lully bepaalde in hoge mate wat er aan het hof te horen was. En alsof zijn leven nog niet kleurrijk genoeg was, is het verhaal over Lully’s dood misschien nog wel beroemder dan zijn muziek…

2. André Campra

André Campra (1660-1744) was de belangrijkste operacomponist tussen Lully en Rameau. Hij mengde de elegante Franse stijl met de levendigheid en melodische flair van de Italiaanse muziek, destijds een behoorlijk spannende combinatie. Campra’s beroemdste werk is zijn baanbrekende opera Europe galante uit 1697, een muzikale rondreis langs liefdesperikelen in Frankrijk, Spanje, Italië en Turkije. Met wereldlijke figuren in plaats van helden en goden, komische elementen in plaats van tragiek, en een hoofdrol voor zang en dans, werd Europe galante het schoolvoorbeeld van een nieuw operagenre: het opéra-ballet. Ook componeerde Campra een requiem, wat zo geliefd was dat delen ervan nog tot het einde van de achttiende eeuw werden uitgevoerd tijdens begrafenissen.

3. Robert de Visée

Niet alle muziek aan het hof hoefde groots en meeslepend te zijn. Robert de Visée (ca. 1655-1732/33) maakte naam met een veel intiemer instrument: de gitaar. Lodewijk XIV was dol op het instrument en speelde er zelf op, en De Visée musiceerde in de directe omgeving van de koning. Zijn suites zitten vol dansen als allemandes, courantes en sarabandes, maar klinken eerder als elegante miniaturen dan als uitbundig hofvertoon. De Visée schreef bovendien voor theorbe en luit. Zo horen we bij hem niet de Zonnekoning in vol ornaat, maar Versailles op zijn zachtst.

4. François Couperin

Wat de familie Bach is voor Duitsland, zijn de Couperins voor Frankrijk. François, bijgenaamd ‘Le Grand’, was de beroemdste telg uit deze muzikale dynastie. In 1693 werd hij een van de organisten van de koninklijke kapel van Lodewijk XIV. Een opera heeft hij nooit gecomponeerd, zijn naam is vooral verbonden met het klavecimbel. In honderden korte stukken met kleurrijke titels als Les Barricades mystérieuses en Le Tic-Toc-Choc schilderde Couperin met noten de meest uiteenlopende karakters en beeldende taferelen. Met subtiele versieringen, originele harmonieën en een feilloos gevoel voor ritme wist Couperin steeds een wereld vol verrassingen op te roepen.

5. Élisabeth Jacquet de La Guerre

‘Het wonder van onze eeuw’: zo werd Élisabeth Jacquet de La Guerre (1665-1729)door een tijdgenoot omschreven. En niet zonder reden: als wonderkind maakte ze al jong furore aan het hof van Lodewijk XIV. Met Céphale et Procris schreef ze als eerste vrouw in Frankrijk een opera. Haar muziek is rijk versierd en uitgesproken dramatisch, met Franse grandeur én de vurigheid van de Italiaanse stijl. Jacquet de La Guerre ging zo de geschiedenis in als Frankrijks eerste grote vrouwelijke componist.

6. Marin Marais

Marin Marais (1656-1728) begon als koorknaap in Parijs, speelde viola da gamba in het opera-orkest geleid door Lully en werkte uiteindelijk tientallen jaren als koninklijk gambist. Op de viola da gamba was hij een ongeëvenaarde virtuoos. In vijf omvangrijke boeken met gambamuziek verkent hij alle kanten van het instrument, van dansen en karakterstukken tot duizelingwekkend virtuoze passages.

7. Jean-Féry Rebel

Jean-Féry Rebel (1666-1747) groeide letterlijk op tussen de musici van Lodewijk XIV: zijn vader zong in de koninklijke kapel en zelf werd hij als wonderkind al jong opgemerkt door Lully. Rebel maakte vervolgens carrière als violist, dirigent en componist aan het hof. Rebel was belangrijk in de ontwikkeling van de Franse vioolmuziek en behoorde tot de kring rond de prestigieuze Vingt-quatre Violons du Roi. Zijn bekendste werk, het muzikale scheppingsverhaal Les Élémens, opent met een voor die tijd verbluffend dissonant akkoord waarin alle tonen van de toonladder tegelijk klinken: een muzikale oerknal die een heel ballet over aarde, water, lucht en vuur in beweging zet.

8. Jacques-Martin Hotteterre

Nog zo’n familie vol musici: de Hotteterres. Deze beroemde familie van blazers en instrumentenbouwers speelden een belangrijke rol in de ontwikkeling van de fluit, hobo en fagot. Het beroemdste familielid, Jacques-Martin (1674-1763), had de bijnaam Le Romain, omdat hij enige tijd in Rome verbleef. Terug in Frankrijk werd hij fluitist aan het hof van Lodewijk XIV en schreef hij het eerste handboek over de dwarsfluit. In zijn suites en sonates bracht hij de Franse liefde voor dans en versieringen samen met de vrijere Italiaanse stijl. Ook laten ze horen hoe de dwarsfluit zich ontpopte tot een veelzijdig solo-instrument.

9. Michel-Richard de Lalande

Langer dan welke andere componist dan ook was Michel-Richard de Lalande (1657-1726) de baas over wat er klonk tijdens missen en feestelijkheden in de koninklijke kapel. Hij blonk uit in het grand motet: grootschalige kerkmuziek voor solisten, koor en orkest, favoriet bij de koning vanwege de grandeur. Lalande, die ook organist was, speelde daarin meesterlijk met contrasten, van intieme solopassages tot imposante kooruitbarstingen waarin de stemmen over elkaar heen buitelen. Zo gaf hij de dagelijkse mis van de Zonnekoning als het ware de allure van een theatervoorstelling.

10. Jean-Henry d’Anglebert

Jean-Henry d’Anglebert (1628 of 1635-1691) wist zich vanuit een bescheiden milieu op te werken tot klavecinist van Lodewijk XIV, een van de meest prestigieuze muzikale functies aan het hof. Hij werkte nauw samen met Lully en maakte virtuoze klavecimbelbewerkingen van diens opera’s en balletten, waarmee hij het spektakel van het theater naar de huiskamer bracht. D’Angleberts grote nalatenschap zijn de Pièces de clavecin, een bundel waarin hij muzikale versieringen uitzonderlijk precies noteerde. Daarmee liet d’Anglebert niet alleen prachtige muziek na, maar ook een soort gebruiksaanwijzing voor hoe de Franse barok moest klinken.

Blijf verbonden met de wereld van klassieke muziek

Ontvang onze nieuwsbrief, volg ons voor nieuwe inspiratie en maak jouw persoonlijke profiel aan om nog meer muziek te ontdekken die bij jou past. Met jouw profiel bewaar je favorieten, krijg je persoonlijke luistertips en blijf je op de hoogte van nieuwe opnamen van jouw favoriete musici. Je krijgt bovendien toegang tot het forum, waar je gedachten en ervaringen kunt delen met andere liefhebbers van klassieke muziek.

Schrijf je hier in voor onze maandelijkse nieuwsbrief.

"*" geeft vereiste velden aan

Privacybeleid*

Volg ons

Spotify Instagram Facebook Youtube
x

Ontvang onze maandelijkse nieuwsbrief

Schrijf je in via onderstaande knop

Aanmelden