Artiesten & componisten / Giacomo Puccini, drama in de kleinste details

Voeg toe aan favorieten

Componist

Giacomo Puccini, drama in de kleinste details

Zelfs wie nog nooit een operahuis van binnen heeft gezien, kan vaak meeneuriën met Nessun Dorma en O mio babbino caro. Maar Giacomo Puccini is niet groot geworden vanwege de losse aria’s die de operahuizen zijn ontstegen. Zijn echte kracht zit in de weg ernaartoe: in hoe hij een scène opbouwt, een personage kwetsbaar maakt en precies weet wanneer de muziek moet uitbarsten, fluisteren of zwijgen.

Puccini, Giacomo

Wat je altijd al wilde weten over Puccini

Eigenlijk allebei. Puccini wist uitzonderlijk goed hoe hij zijn publiek moest raken, met sterke melodieën, gevoel voor timing en emoties die meteen binnenkomen. Hij stond ook open  voor nieuwe klanken en orkestkleuren. Een radicaler vernieuwer was hij niet, maar maakte opera wel directer en dramatisch sterker. Misschien verklaart dat voor een deel zijn succes: hij vernieuwde zonder zijn publiek onderweg kwijt te raken.

Mimì, Tosca, Cio Cio San en Liù: bij Puccini loopt het voor vrouwen opvallend vaak slecht af. Daarin is hij bepaald niet de enige. In de operageschiedenis worden vrouwelijke personages vaak vermoord, tot zelfdoding gedreven of opgeofferd voor het drama. Bij Puccini krijgen juist die momenten de mooiste en meeste aangrijpende muziek. Daar hoor je waarom hij zo’n goed gevoel voor drama had. Diezelfde momenten roepen ook vragen op: waarom is juist het lijden en sterven van vrouwen zo vaak het hoogtepunt van het verhaal?

Verdi gold lange tijd als de grotere en belangrijkere operacomponist van de twee. Zijn muziek is direct, krachtig en soms bijna monumentaal, met veel nadruk op de zanglijn, het ritme en het dramatische conflict. Puccini werkt daarentegen verfijnder met de orkestkleur en sfeer. Bij hem vertelt het orkest minstens zo veel als de zangers. Verdi vergroot het drama vaak uit. Puccini zoomt eerder in op het moment en het gevoel. Dat verschil gaf Verdi lange tijd de grotere reputatie, zonder dat zijn muziek daarmee vanzelf rijker is.

Puccini was een meester in het koppelen van muziek aan menselijke emoties. Zijn melodieën zijn vaak eenvoudig van vorm, maar zorgvuldig opgebouwd. Een kleine harmonische verschuiving, een plotselinge stilte of een orkestrale kleur kan een scène helemaal doen kantelen. Hij schreef duidelijk vanuit het theater. De muziek volgt wat personages zeggen én wat ze voelen. Puccini vermeed lange abstracte muzikale ontwikkelingen als die het drama vertraagden. Daardoor voelt zijn muziek vaak heel dichtbij. De emotie zit niet alleen in mooie melodieën, maar ook uint timing, spanning en zijn scherpe gevoel voor menselijk gedrag.

Een schot in de roos

Giacomo Puccini (1858-1924) wordt geboren in Lucca, in een familie waarin muziek al generaties lang het belangrijkste beroep is. De Puccini’s zijn in Lucca dé muzikale familie: al vier generaties is er een Puccini kapelmeester in de San Martino kathedraal. Maar Giacomo heeft andere ambities. Na het zien van Verdi’s Aida weet hij het zeker: hij wil operacomponist worden.

Puccini geldt vandaag de dag als een operagigant, maar dat succes kwam bepaald niet meteen. In het jaar van zijn afstuderen, 1883, dient Puccini zijn eerste opera Le Villi (‘De feeën’) in bij een competitie voor eenakters. Zijn handschrift was echter zo slecht leesbaar dat de jury zijn inzending niet eens het beoordelen waard vond en zijn werk direct afwees. Een groep vrienden van Puccini geloofde wel in de opera en trokken zelf de portemonnee om een uitvoering mogelijk te maken. De investering van zijn vrienden bleek een schot in de roos: de première van Le Villi werd een immens succes.

Internationale doorbraak

Om inspiratie op te doen gaat Puccini naar Bayreuth om Die Meistersinger von Nürnberg van Wagner bij te wonen. Bij terugkomst componeert hij Manon Lescaut. Dat Puccini goed naar Wagner had geluisterd, hoor je in deze opera aan de terugkerende motieven die de personages muzikaal typeren. Manon Lescaut gaat in première en wordt zijn eerste internationale succes.

Daarna volgt de meest vruchtbare periode uit Puccini’s leven. Dat begint met La Bohème (1896), een opera over jonge kunstenaars in Parijs die arm zijn, verliefd worden en het leven lichter behandelen dan het werkelijk is. In La Bohème zijn het niet de goden of koningen, maar juist gewone mensen die een plaats krijgen op het grote podium. De ontroerende slotscène van Mimì laat zien hoe Puccini drama niet alleen zoekt in hoogtepunten, maar ook in stilte, timing en terughoudendheid.

Kerkklokken en het Japanse volksklied

Tosca (1900) is een donkerder verhaal. Het speelt zich af in de vroege negentiende eeuw in Rome, een tijd van angst en onzekerheid rond Napoleons opmars door Italië. Puccini gebruikt Rome hier niet alleen als decor, maar laat de stad doordringen in de kleinste details van de opera: dat is bijvoorbeeld terug te horen aan de kerkklokken in de derde akte. Om die scène zo realistisch mogelijk te maken, luisterde hij nauwkeurig naar de klokken van de stad. Hun klank en onderlinge samenhang verwerkte hij vervolgens in de partituur. Zo verplaatst Puccini de luisteraar even vanuit de operazaal naar de straten van Rome.

Na La Bohème en Tosca is Puccini een internationale ster. In 1904 componeert hij de opvolger van de succesopera’s: Madama Butterfly. Voor deze opera verdiept Puccini zich in Japanse melodieën en klankkleuren. Zo is het nationale volkslied van Japan, Kimi ga yo, terug te horen in de opera. De opera beleeft een mislukte première. Puccini herziet de opera grondig, onder meer door de extreem lange tweede akte op te splitsen. Twee maanden later wordt de nieuwe versie alsnog een groot succes.

Het einde van een operatijdperk

Zijn laatste opera wordt Turandot. Wanneer hij er in 1920 aan begint, lijkt hij vastbesloten zichzelf te overtreffen. De schaal is groter dan ooit, met enorme koorscènes, felle orkestkleuren en slagwerk en exotische melodieën. In Turandot klinkt misschien wel Puccini’s beroemdste aria: ‘Nessun Dorma’ (‘Niemand zal slapen’), waarin Prins Calaf vol vertrouwen zingt dat hij zal overwinnen. De aria eindigt met de beroemde slotwoorden: ‘Vincerò! Vincerò! Vincerò!’ (‘Ik zal overwinnen!’).

Tijdens het componeren van Turandot is Puccini ernstig ziek. Hij lijdt aan een vorm van keelkanker en sterft in november 1924, voordat hij de opera heeft kunnen voltooien. Hij blijft steken bij de scène waarin Liù, de geheime aanbidster van Calaf, haar leven geeft om zijn identiteit geheim te houden. Het slot, waarin Turandot uiteindelijk toch voor Calaf valt, bestaat slechts uit schetsen. Componist Franco Alfano zal later de opera afmaken, maar hoe Puccini het slot precies voor ogen had blijft voor altijd onzeker.

Groots

Puccini wordt vaak de laatste grote vertegenwoordiger van de Italiaanse operatraditie genoemd. Puccini begrijpt als geen ander dat een melodie niet alleen mooi moet zijn, maar ook op precies het juiste moment moet komen. Hij begrijpt dat het orkest soms meer weet dan een personage en dat stilte soms krachtiger is dan een uitbarsting. Misschien is dat wel de reden waarom zijn opera’s, ruim een eeuw nadat ze zijn geschreven, nog altijd weten te raken en tot de meest uitgevoerde opera’s ter wereld horen.

Blijf verbonden met de wereld van klassieke muziek

Ontvang onze nieuwsbrief, volg ons voor nieuwe inspiratie en maak jouw persoonlijke profiel aan om nog meer muziek te ontdekken die bij jou past. Met jouw profiel bewaar je favorieten, krijg je persoonlijke luistertips en blijf je op de hoogte van nieuwe opnamen van jouw favoriete musici. Je krijgt bovendien toegang tot het forum, waar je gedachten en ervaringen kunt delen met andere liefhebbers van klassieke muziek.

Schrijf je hier in voor onze maandelijkse nieuwsbrief.

"*" geeft vereiste velden aan

Privacybeleid*

Volg ons

Spotify Instagram Facebook Youtube
x

Ontvang onze maandelijkse nieuwsbrief

Schrijf je in via onderstaande knop

Aanmelden