Achter de compositie
Bachs Weihnachts-Oratorium
Het kerstverhaal in zes cantates
Het kerstfeest kan niet zonder het Weihnachts-Oratorium van Johann Sebastian Bach. Zes kleurrijke cantates belichten het wonder van de geboorte van Christus.
Achter de compositie
Het kerstfeest kan niet zonder het Weihnachts-Oratorium van Johann Sebastian Bach. Zes kleurrijke cantates belichten het wonder van de geboorte van Christus.
Daar hadden we graag bij willen zijn: Leipzig 1734, kerstochtend. In de Nicolaikerk geeft Johann Sebastian Bach een teken en even later golft feestmuziek over de kerkgangers. De paukenist laat z’n spierballen rollen, de trompetten spetteren. Een koor van jongens en jongemannen valt in: Jauchzet, frohlocket!, juicht nu en jubelt! Zo begint het Weihnachts-Oratorium (BWV 248), een serie van zes cantates waarin Bach het kerstverhaal verklankt, van de geboorte van Christus tot Driekoningen.
Een deel van de muziek heeft hij overgeheveld uit eerdere feestcomposities. Bij dat hergebruik speelde tijdsdruk wellicht een rol, maar vermoedelijk sprak ook componistentrots een woordje mee. Want waarom zou je goed gelukte noten niet nog een keer mogen gebruiken?
De structuur van het Weihnachts-Oratorium herinnert aan die van de Matthäus– en Johannes-Passion. Een Evangelist vertelt het Bijbelverhaal in spreekzang, solisten vertolken de emoties, het koor schiet heen en weer tussen actie en contemplatie.
Voor de betere koorzang moet je zijn bij John Eliot Gardiner en het Monteverdi Choir. Luister naar het doorzichtige openingskoor van cantate 4, Fallt mit Danken, fallt mit Loben. Net zo bijzonder is de kwaliteit van Gardiners Evangelist, de tenor Anthony Rolfe-Johnson. Tot in de puntjes beheerst hij de kunst van de spreekzang, het recitatief. Ook voor de aria’s lokte Gardiner prominenten naar de studio. Begeleid door twee violen swingt de tenor Hans-Peter Blochwitz door Ich will nur dir zu Ehren leben (cantate 4). In Schliesse, mein Herze, dies seligen Wunder (cantate 3) is peinzend de grote kracht van mezzosopraan Anne-Sofie von Otter. Tot de betoverendste instrumentale muziek van het Weihnachts-Oratorium behoort de Sinfonia waarmee cantate 2 opent. Rond de kerstkribbe laat Gardiner de muziek zachtjes wiegen, met een tedere dialoog tussen engelen (strijkers en fluiten) en herders (hobo’s).
Zo energiek als Riccardo Chailly stuiven maar weinig dirigenten het Weihnachts-Oratorium binnen. Hoewel de Italiaan geen oude-muziekspecialist is, toont hij met zijn tempo menig barokdirigent de hielen. Chailly, van 2005 tot 2016 chef-dirigent van het Gewandhausorchester in Leipzig, heeft bovendien een authentiek Leipzigs trekje in petto. De zingende solisten Martin en Wolfram Lattke zijn eigen kweek van het Thomaskoor, dat ooit door Bach werd geleid. Martin neemt de Evangelistenrol voor z’n rekening, Wolfram zingt de tenoraria’s. Transparantie en vertelkracht zijn de kwaliteiten waarop Chailly zijn solisten heeft gekozen. Zoals de Britse sopraan Carolyn Sampson, die in de aria Nur ein Wink von seinen Händen (cantate 6) bijna dartel bezingt hoe de Almachtige zijn onbeduidende vijanden velt.
Ontvang onze nieuwsbrief, volg ons voor nieuwe inspiratie en maak jouw persoonlijke profiel aan om nog meer muziek te ontdekken die bij jou past. Met jouw profiel bewaar je favorieten, krijg je persoonlijke luistertips en blijf je op de hoogte van nieuwe opnamen van jouw favoriete musici. Je krijgt bovendien toegang tot het forum, waar je gedachten en ervaringen kunt delen met andere liefhebbers van klassieke muziek.

Focus | Korte geschiedenis van de Engelse Christmas carol