Musici / Spotlight / Spotlight | Koninklijk Concertgebouworkest

Voeg toe aan favorieten

Spotlight

Koninklijk Concertgebouworkest

Het Koninklijk Concertgebouworkest is een van de belangrijkste culturele boegbeelden van Nederland en behoort al sinds de oprichting in 1888 tot de internationale orkesttop. De herkenbare, warme en transparante klank is nauw verbonden met de bijzondere akoestiek van Het Concertgebouw. Componisten als Mahler, Strauss, Schönberg en Stravinsky stonden zelf voor het orkest, en ook nu ontstaan nog regelmatig nieuwe werken in opdracht. Een overzicht van de chefdirigenten die het ensemble naar grote hoogte stuwden.

Veelgestelde vragen over het Koninklijk Concertgebouworkest

In 2008 riep het gezaghebbende Britse muziektijdschrift Gramophone het Koninklijk Concertgebouworkest uit tot beste orkest ter wereld, vóór onder meer de Berliner en Wiener Philharmoniker. Maar of het het beste orkest ter wereld is, valt natuurlijk niet objectief te bepalen. Wel behoort het al generaties tot de absolute wereldtop. De reputatie berust op de karakteristieke warme, transparante orkestklank. Die beroemde ‘Concertgebouwklank’ is moeilijk in woorden te vangen, maar wel degelijk herkenbaar. De strijkers worden vaak omschreven als fluwelig, het koper als warm en goudkleurig en de houtblazers hebben opvallend individuele kleuren. Een belangrijke verklaring is de akoestiek van de Grote Zaal. Musici moeten daar uitzonderlijk goed naar elkaar luisteren en spelen daardoor, ondanks de omvang van het orkest, bijna als een groot kamermuziekensemble.

Deze lijst is indrukwekkend: Gustav Mahler, Richard Strauss, Claude Debussy, Arnold Schönberg, Igor Stravinsky, Maurice Ravel en Darius Milhaud hebben allemaal voor het Concertgebouworkest gestaan. Later kwamen daar componist-dirigenten als Pierre Boulez, Luciano Berio, Witold Lutosławski en Hans Werner Henze bij. Tegenwoordig zetten onder anderen John Adams, Thomas Adès, George Benjamin en Tan Dun die traditie voort. Voor het  orkest is dat van enorme waarde. De musici krijgen zo nieuwe composities niet alleen via een gedrukte partituur aangereikt, maar konden soms rechtstreeks van de maker horen hoe hij zijn muziek wilde laten klinken.
Richard Strauss ontwikkelde een bijzonder sterke band met Amsterdam. Hij dirigeerde het orkest voor het eerst in 1897 en droeg later zijn symfonische gedicht Ein Heldenleben op aan Willem Mengelberg én het Concertgebouworkest.

De band met Mahler gaat rechtstreeks terug naar de componist zelf. Mahler kwam in 1903 voor het eerst naar Amsterdam en dirigeerde het Concertgebouworkest in zijn Derde symfonie. Hij keerde terug in 1904, 1906 en 1909 en raakte bevriend met chef-dirigent Willem Mengelberg. Mahlers muziek was destijds allesbehalve algemeen geliefd, maar Mengelberg bleef haar toch programmeren en bouwde zo een uitvoeringstraditie op die door Van Beinum, Haitink, Chailly en Jansons werd voortgezet. In 1920 organiseerde het orkest zelfs een groot Mahlerfeest waarbij vrijwel zijn gehele oeuvre centraal stond. Later kregen vooral Haitinks uitvoeringen en opnamen internationale betekenis. Inmiddels is ook het Mahlerfeest bij het orkest een traditie geworden.

De Kerstmatinee van het Concertgebouworkest heeft wortels die teruggaan tot 1888, maar kreeg zijn huidige vorm in 1975. Vanaf dat jaar werd het concert op Eerste Kerstdag live uitgezonden door de NOS en via Eurovisie in verschillende Europese landen. Bernard Haitink maakte van de matinee veel meer dan een sfeervol kerstconcert: hij koos voor grote symfonische meesterwerken en verbond de reeks vanaf de jaren tachtig sterk met Gustav Mahler. Zijn uitvoeringen van onder meer Mahlers Tweede, Derde, Vijfde, Zevende en Negende symfonie kregen een bijna legendarische status en versterkten internationaal de reputatie van zowel Haitink als het orkest. Na Haitink gaven chef-dirigenten Riccardo Chailly en Mariss Jansons ieder een eigen karakter aan de traditie. Zo groeide de Kerstmatinee uit tot een jaarlijks artistiek visitekaartje: toprepertoire, de karakteristieke Concertgebouwklank en een miljoenenpubliek ver buiten Amsterdam.

Wat is jouw favoriete dirigent van het Concertgebouworkest?

Discussieer mee met andere liefhebbers van klassieke muziek in ons forum.

Ga naar het forum →

1888-1895

Willem Kes, de strenge bovenmeester

Toen het Concertgebouw in 1888 verrees in de weilanden buiten Amsterdam, stond de stad bekend om zijn notoir slechte orkesten. De componist Johannes Brahms dirigeerde er een paar keer, en zei toen alleen nog naar Amsterdam te zullen terugkeren ‘om lekker te eten’. Met een eigen zaal kreeg de stad ook een eigen orkest, waarvan Willem Kes de strenge bovenmeester werd. Musici die een onvoldoende haalden, werden uitgenodigd in zijn kamer te komen studeren, totdat ze de noten onder de knie hadden. Ook voedde hij het publiek op. Waar in het begin bezoekers hun drankjes dronken en keuvelden in de zaal, bande Kes die gewoonten uit, want ‘muziek is bedoeld om naar te luisteren’.

1895-1945

Willem Mengelberg, de kleine architect

Tijdens het afscheidsconcert van Kes speelde een kleine, rossige pianist het Eerste Pianoconcert van Franz Liszt. Deze Willem Mengelberg werd de tweede chef. En hij was ‘here to stay’ – liefst een halve eeuw. Die regeerperiode zou nog langer hebben geduurd, als Nederland hem niet had afgerekend op zijn halfslachtige houding ten aanzien van de Duitse bezetters in de Tweede Wereldoorlog. Mengelberg zette het Concertgebouworkest internationaal op de kaart. Hij begon ook aan twee grote tradities: de jaarlijkse uitvoering van Bachs Matthäus-Passion en van de symfonieën van zijn vriend Gustav Mahler.

1945-1959

Eduard van Beinum, sterven in het harnas

Na de oorlog moest Eduard van Beinum het ontzielde orkest een nieuw hart geven. Hij was al sinds het begin van de jaren dertig tweede dirigent achter Mengelberg. Hij was een heel ander karakter dan zijn voorganger, zoals een orkestmusicus het stelde: ‘Je speelde ónder Mengelberg en mét Van Beinum.’ Hij stond midden in het orkest, als de hoogste tussen zijn gelijken. Hij bracht de musici de liefde bij voor het Franse repertoire en voor de architectonische bouwwerken van Anton Bruckner. Van Beinum had een broze gezondheid, die hem ertoe veroordeelde soms een stap terug te doen, maar hij kon het dirigeren niet laten. Het werd hem noodlottig. In 1959 stierf hij op het podium, tijdens een repetitie, aan een hartaanval.

1961-1988

Bernard Haitink, magische momenten

Hij was nog jong. Begin dertig. Daarom begon Bernard Haitink – vlak na Van Beinums dood – onder de hoede van de ervaren Eugen Jochum. Drie jaar later mocht hij zich definitief chef noemen. In de kwart eeuw daarna bouwde hij gestaag aan de reputatie van het Concertgebouworkest als een van de beste orkesten ter wereld. Zijn Mahlers waren onvergetelijk. Het leek alsof de muziek door hem heen stroomde, als een levende partituur stond hij voor zijn musici. ‘Hij probeerde iedereen tot zijn recht te laten komen’, zei een klarinettist. ‘Haitink was een zoeker tijdens repetities, en oogde soms onzeker, maar hij riep een atmosfeer op die tot magische concerten leidde – juist omdat de noten niet in steen gebeiteld waren. Als hij de trap afliep, was Haitink de vleesgeworden muziek.’

1988-2004

Riccardo Chailly, de flamboyante alleskunner

Na Haitink koos het – inmiddels Koninklijke – Concertgebouworkest opnieuw voor een jonge chef: de Italiaan Riccardo Chailly. Bij zijn debuut in Amsterdam zat er maar een handvol bezoekers in de zaal, voor het moderne repertoire dat hij op het programma had gezet. Maar zijn aanpak inspireerde de musici. Chailly was van alle markten thuis, maar vooral ook van één die het orkest wel verder wilde verkennen: de eigentijdse muziek. En omdat hij ook zijn Mahlers en Bruckners kende, kon de traditie voortzetten en er tegelijkertijd weer iets aan toevoegen.

2004-2015

Mariss Jansons, de oude meester

De Let Mariss Jansons was met zijn 61 jaar de eerste ervaren chef. Tot dan toe waren ze allemaal vroeg begonnen en meegegroeid met de musici. Maar nu het orkest zelf een verjongingskuur onderging, had het behoefte aan een dirigent die al door alle wateren gewassen was, en bekend stond als een van de besten ter wereld. Zijn taak was een eenvoudige, vond Jansons, althans zo klonk het: ‘Ik moet uitvinden wat het orkest goed kan en dat koesteren en bewaren. Dan zal ik, als in een natuurlijk proces, wat aan het orkest toevoegen – en zij aan mij – en zo zal het goed zijn.’ Onder hem werd het Koninklijk Concertgebouw uitgeroepen tot het beste orkest ter wereld, maar hij worstelde met zijn gezondheid. En die dwong hem uiteindelijk afscheid te nemen.

2016-2018

Daniele Gatti, dramatiek van een operadirigent

Hoewel Daniele Gatti slechts korte tijd de positie van chef-dirigent bekleedde, zette hij artistiek gezien een duidelijk profiel neer. Hij bouwde voort op de beroemde Mahlertraditie van het orkest, onder meer met indrukwekkende uitvoeringen van de Tweede symfonie, maar bracht ook zijn grote ervaring als operadirigent mee naar het symfonische repertoire. Vooral in de werken van Berlioz, Wagner, Mahler en het laatromantische repertoire benadrukte hij de dramatische spanningsbogen en de rijke orkestkleuren in een sterk verhalende benadering. Hij omschreef bijvoorbeeld Berlioz’ Symphonie fantastique als een ‘opera zonder zangers’.

artistiek partner sinds 2022 | chefdirigent vanaf 2027

Klaus Mäkelä, intens muzikaal en verbonden met de musici

De dageraad van een nieuw tijdperk: zo introduceerde het Koninklijk Concertgebouworkest in juni 2022 de toekomstige chefdirigent Klaus Mäkelä (1996). Met al twee andere orkesten onder zijn hoede, neemt hij in 2027 het stokje over in Amsterdam. Tot die tijd staat hij regelmatig op de bok als artistiek partner van het orkest. De Finse dirigent is een van de meest opvallende jonge sterren in de klassieke muziekwereld. Als dirigent staat hij bekend om zijn intense muzikaliteit, zijn heldere visie en zijn sterke podiumuitstraling, Ondanks zijn jonge leeftijd wordt hij gezien als een van de belangrijkste dirigenten van zijn generatie. Zijn vroege benoeming bij het Concertgebouworkest is uitzonderlijke en laat zien hoeveel vertrouwen het orkest in hem heeft. De samenwerking met Klaus Mäkelä belooft een mooie toekomst.

Blijf verbonden met de wereld van klassieke muziek

Ontvang onze nieuwsbrief, volg ons voor nieuwe inspiratie en maak jouw persoonlijke profiel aan om nog meer muziek te ontdekken die bij jou past. Met jouw profiel bewaar je favorieten, krijg je persoonlijke luistertips en blijf je op de hoogte van nieuwe opnamen van jouw favoriete musici. Je krijgt bovendien toegang tot het forum, waar je gedachten en ervaringen kunt delen met andere liefhebbers van klassieke muziek.

Schrijf je hier in voor onze maandelijkse nieuwsbrief.

"*" geeft vereiste velden aan

Privacybeleid*

Volg ons

Spotify Instagram Facebook Youtube
x

Ontvang onze maandelijkse nieuwsbrief

Schrijf je in via onderstaande knop

Aanmelden