Artiesten & componisten / Camille Saint-Saëns, Franse elegantie vol kleur en fantasie

Voeg toe aan favorieten

Componist

Camille Saint-Saëns, Franse elegantie vol kleur en fantasie

Deze Franse romanticus combineerde in zijn orkest- en kamermuziek elegante vormen met melodische allure.

Wist je dit over Camille Saint-Saëns?

Ja, en in dit geval hebben we daadwerkelijk het bewijs. Zijn vroegst gedateerde bewaard gebleven compositie is een kort pianostuk in C groot van 22 maart 1839. Saint-Saëns was toen drieënhalf jaar oud. Hij had al vanaf zijn tweede jaar muziekles gekregen van zijn oudtante Charlotte Masson. Op vierjarige leeftijd trad hij al in het openbaar op. Zijn ontwikkeling ging vervolgens razendsnel. Als tienjarige gaf hij een officieel pianorecital waarbij hij onder meer Beethoven en Mozart speelde. Volgens de overlevering bood hij zelfs aan om alle 32 pianosonates van Beethoven uit het hoofd te spelen als het publiek daarom vroeg. Dat zegt iets over zijn fenomenale geheugen. Saint-Saëns was dus niet alleen een vroeg wonderkind: hij groeide uit tot een van de grote pianisten en organisten van zijn tijd. Liszt zou hem zelfs de beste organist ter wereld hebben genoemd.

Sterrenkunde was voor hem veel meer dan zomaar een hobby. Saint-Saëns was een fanatieke amateurastronoom en werd in 1893 lid van de Société astronomique de France. Als kind bezocht hij al het Observatoire de Paris, waar vooral het maanlandschap door een telescoop diepe indruk op hem maakte. Toen hij 23 was, besteedde hij een flink deel van zijn verdiende geld aan een eigen 8-centimeter telescoop. Daarmee observeerde hij onder meer de beroemde komeet Donati. Hij bestudeerde de maan, discussieerde over de ontwikkeling van sterren en publiceerde in 1900 zelfs een eigen maantekening in het tijdschrift van de astronomische vereniging. Hij was bevriend met de beroemde astronoom Camille Flammarion en correspondeerde jarenlang met hem. Saint-Saëns omschreef zichzelf mooi als een “aardworm die verliefd is op de sterren”. Muziek was dus zijn beroep, maar zijn nieuwsgierigheid reikte letterlijk tot ver buiten de aarde.

Saint-Saëns was een van de grote reizigers onder de componisten. Hij bezocht niet alleen vrijwel heel Europa, maar reisde ook regelmatig naar Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Amerika. Vooral Algerije en Egypte trokken hem sterk aan. Het warmere klimaat hielp bovendien bij zijn gezondheid en hij voelde zich er vrijer dan in het Parijse muziekleven. De ervaringen tijdesn deze reizen sijpelden zijn muziek binnen. Het bekendste voorbeeld is zijn Vijfde pianoconcert, het “Egyptische”, waarin hij muzikale indrukken van reizen rond de Middellandse Zee verwerkte. Ook de Suite algérienne verwijst rechtstreeks naar Noord-Afrika. Zijn reislust past bij een bredere eigenschap: Saint-Saëns was ongelooflijk nieuwsgierig. Hij wilde landschappen zien, andere culturen leren kennen en nieuwe ideeën ontdekken.

Saint-Saëns behoort tot de pioniers binnen de filmmuziek. In 1908 schreef hij muziek voor de Franse film L’Assassinat du duc de Guise. Films werden toen meestal begeleid door pianisten of ensembles die bestaande muziek speelden. Saint-Saëns schreef daarentegen een speciaal op de film afgestemde partituur. Dat maakt hem een van de eerste grote componisten die originele muziek voor cinema schreef. De Bibliothèque nationale de France omschrijft hem zelfs als de auteur van de eerste filmmuziek uit de geschiedenis van de cinema. Dat is extra grappig wanneer je bedenkt dat Saint-Saëns toen al 72 jaar oud was. De man die was opgegroeid in de wereld van Chopin en Mendelssohn stapte dus zonder veel moeite een compleet nieuw medium binnen. Daarmee laat hij een kant zien die niet helemaal past bij zijn latere reputatie als conservatief: hij bleef buitengewoon nieuwsgierig naar nieuwe technische en artistieke mogelijkheden.

Wonderkind Saint-Saëns

‘Ik componeer muziek zoals een boom appels voortbrengt,’ zei Camille Saint-Saëns (1835-1921) eens. Als wonderkind, virtuoos pianist en bedreven schrijver van reisverhalen belichaamde de productieve Franse componist de geest van het classicisme, en dat in een tijdperk van hoog-romantische creativiteit. Toch overweldigen de elegantie en formaliteit van zijn muziek nooit de bezieling en spontaniteit die zijn composities zo onweerstaanbaar maken.

Saint-Saëns was trots op de Normandische wortels van zijn familie, maar omdat zijn vader al voor Saint-Saëns’ geboorte naar Parijs was verhuisd, was Camille door en door Parijzenaar in zijn opvoeding en opvattingen. Nadat zijn vader aan tuberculose stierf, werd de componist opgevoed door zijn moeder en een tante. Zij zagen in hem de tekenen van genialiteit en moedigden zijn talent aan. Zo kwam het dat hij al op zijn vierde composities op papier zette en op zijn vijfde een openbaar concert gaf, waarbij hij de pianopartij vertolkte van een vioolsonate van Beethoven.

Op zijn tiende speelde Saint-Saëns goed genoeg piano om twee concerto’s en verschillende solostukken uit te voeren tijdens een legendarisch concert in de Salle Pleyel in Parijs. Een studie aan het conservatorium volgde, waarna hij naast het componeren begon aan een solocarrière als concertpianist. Verder vulde hij zijn agenda met orgel spelen in prestigieuze Parijse kerken, waar zijn ontzagwekkende improvisatie-vaardigheden de kans kregen om te floreren. In de jaren 1860 gaf Saint-Saëns een tijdje les aan de École Niedermeyer, een alternatief voor het conservatorium dat meer de nadruk legde op oude muziek. Onder meer de componisten Gabriel Fauré en André Messager behoorden er tot Saint-Saëns’ studenten.

Top 10 – De bekendste werken van Saint-Saëns | Luister nu






Lichtvoetige pianoconcerten

Saint-Saëns’ kwaliteiten zijn op hun scherpst in zijn vijf lichtvoetige pianoconcerten. Het Tweede, het meest uitgevoerde, opent met een Bach-achtig thema en vervolgt zijn weg met steeds grotere snelheden. In het Vierde smelten de vier delen samen tot twee paren, verbonden door een briljant weefsel van muzikale thema’s. Het Vijfde zit vol exotische klankeffecten en herinneringen aan Egypte (hij schreef het stuk in Luxor, beroemd om zijn verwoeste tempels), en eindigt met een ragtime stoeipartij.

Orgelsymfonie

Met Le Rouet d’Omphale (Het draaiende wiel van Omphale, 1871) componeerde Saint-Saëns het eerste Franse symfonische gedicht. En met zijn laatste symfonie uit 1886 deed hij een nieuwe Franse interesse ontbranden in de symfonie als compositievorm. Deze Derde symfonie, ook bekend als de ‘Orgelsymfonie’ groeit vanuit twee korte thema’s uit tot een spectaculair en rijkelijk georkestreerd hoogtepunt met alsmaar versnellende ritmes.

Een van de meest pakkende stukjes uit de Derde symfonie, een kabbelend pianoduet boven strijkersharmonieën, recyclede Saint-Saëns in zijn orkestsuite Carnaval des Animaux (‘Carnaval van de dieren’): het werd het deel met de titel ‘Aquarium’. Tijdens zijn leven stond Saint-Saëns alleen toe dat deze satirische orkestsuite privé werd uitgevoerd, omdat hij bang was dat het luchthartige karakter van deze muziek zijn reputatie als serieuze componist zou aantasten. Slechts één deel mocht in de openbaarheid klinken: ‘De zwaan’, voor solo-cello en twee piano’s.

Emotionele remming en opera

De lyrische melodie van ‘De zwaan’ heeft een diepgang die ongebruikelijk is voor Saint-Saëns. Zowel muzikaal als persoonlijk had de componist last van een emotionele remming, die de echt gevoelvolle momenten in zijn werk beteugelde. Opera, met al zijn menselijke en dramatische dimensies, was voor Saint-Saëns een continue strijd. Hij had bijvoorbeeld grote moeite om de opera Samson et Dalila op de planken te krijgen. Dat lukte pas toen zijn vriend Franz Liszt in 1877 hem te hulp schoot met een succesvolle productie in Weimar. Samson et Dalila werd al snel vaste prik bij de Parijse Opéra, maar met latere opera’s zou Saint-Saëns dat succes lang niet evenaren.

Twee aria’s

Zelfs Samson et Dalila, vandaag de dag nog altijd populair, steunt vooral op twee aria’s die het karakter van Dalila goed verklanken als een complexe mix van sensualiteit en intrige. De rest van de muziek van deze opera ligt prettig in het gehoor, maar het verhaal is te arm voor sensationeel theater. Ja, de tempel wordt op het hoogtepunt met de grond gelijkgemaakt, maar iedereen wist dat dit hoe dan ook zou gebeuren, het publiek kende immers het Bijbelverhaal.

Kamermuziek en late werken

Nadat hij de Société Nationale had opgericht, leefde Saint-Saëns nog een halve eeuw. Zo was hij getuige van de grote bloei van de Franse kamermuziek in die periode, onder leiding van zijn leerling Fauré. Niet alles was echter naar zijn smaak. Toen Saint-Saëns de première bijwoonde van César Francks Pianokwintet (1880), dat aan hem was opgedragen, liet hij na afloop de eerder gekregen partituur achter op de piano. Blijkbaar was de gepassioneerde muziek, geïnspireerd door Francks controversiële liefdesgevoelens voor een leerlinge, te veel voor hem.

Zelf leverde Saint-Saëns belangrijke bijdragen aan het kamermuziekrepertoire, waaronder sonates voor viool en cello en een prachtig Septet met solotrompet. Aan het eind van zijn leven begon hij aan een serie sonates voor houtblazers. In deze expressieve werkjes toont hij een diep begrip van de mogelijkheden van deze instrumenten. De stukken behoren tot zijn meest volmaakte composities.

Blijf verbonden met de wereld van klassieke muziek

Ontvang onze nieuwsbrief, volg ons voor nieuwe inspiratie en maak jouw persoonlijke profiel aan om nog meer muziek te ontdekken die bij jou past. Met jouw profiel bewaar je favorieten, krijg je persoonlijke luistertips en blijf je op de hoogte van nieuwe opnamen van jouw favoriete musici. Je krijgt bovendien toegang tot het forum, waar je gedachten en ervaringen kunt delen met andere liefhebbers van klassieke muziek.

Schrijf je hier in voor onze maandelijkse nieuwsbrief.

"*" geeft vereiste velden aan

Privacybeleid*

Volg ons

Spotify Instagram Facebook Youtube
x

Ontvang onze maandelijkse nieuwsbrief

Schrijf je in via onderstaande knop

Aanmelden