Deze manier van componeren, bekend als polyfonie en contrapunt, had strenge en complexe regels. Er bestonden hele boekwerken over de polyfone stijl en zijn conventies, waardoor het vaak jaren kostte om het te leren. Bach was de onbetwiste meester in deze manier van componeren. Hij beheerste alle regels tot in de puntjes, wist zelfs binnen het strenge systeem nog extra ingenieuze constructies te maken én liet het fantastisch klinken. Zo ook bij Die Kunst der Fuge. De achttien canons en fuga’s, compositievormen uit de polyfonie, vormen een samenvatting van Bachs stijl. In het werk vinden we een simpel thema dat telkens op verschillende manieren in de composities is verwerkt. Het begint eenvoudig, maar naarmate de stukken in de collectie ingewikkelder worden, komt Bachs technische en muzikale genie naar boven. Bestudeer Die Kunst der Fuge en je bestudeert Bach.