Het schandaal bezorgde Stravinsky meteen de reputatie van revolutionair, een nieuwlichter die de heilige tradities van de muzikale schoonheid en taal omver wilde werpen. Vreemd, want tot dat moment was hij meestal omschreven als een klassiek componist, als een man die terug wilde naar het verleden. Beide omschrijvingen sloegen de plank mis, vond Stravinsky zelf. Hij schreef erover in het boek Muzikale Poëtica, een weerslag van zes lessen die hij in 1939 gaf aan studenten op Harvard. ‘Tegen mijn wil ben ik tot revolutionair gebombardeerd. Maar revolutionaire impulsen komen nooit helemaal uit het niets. Er bestaan handige mensen die met boze opzet revoluties maken… je moet ervoor waken je niet te laten gebruiken door mensen die je bedoelingen toedichten die niet de jouwe zijn.’