Focus Wiener Philharmoniker

Musikverein
© iStock

Begin januari staan alle schijnwerpers op het nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker, een orkest met een bewogen geschiedenis.

Een orkest op het kruispunt van een duistere eeuw

De stad Wenen ligt in het hart van Europa op het kruispunt van noord, zuid, oost en west. Tot begin twintigste eeuw was de stad een machtscentrum, maar twee wereldoorlogen aan de verkeerde kant maakten daar een einde aan. Duistere jaren – onder meer als ‘provincie’ van nazi-Duitsland – trokken ook diepe voren in de historie van het belangrijkste orkest van de stad, de Wiener Philharmoniker. Lichtvoetig klinken elk jaar de walsen, polka’s, galops en marsen op nieuwjaarsdag in de Gouden Zaal van de Musikverein. Zo’n zestig miljoen televisiekijkers in negentig landen kijken ernaar. Maar duister is het verleden waarmee de musici nog steeds moeten afrekenen. Deze maand zal het label Sony opnieuw het concert, deze keer onder leiding van Zubin Mehta, op cd uitbrengen.
Decca documenteerde de naoorlogse muzikale geschiedenis van de Wiener Philharmoniker vanaf 1950 in een monumentale doos met liefst 64 cd’s.


‘Een cadeau voor nazi-misdadigers’

Volgens muziekjournalist Norman Lebrecht begon de traditie van het nieuwjaarsconcert in 1939 als ‘een cadeau voor nazi-misdadigers’. Een jaar eerder vond de Anschluss plaats: Hitler annexeerde het vervallen Oostenrijk als Duitse provincie. De Wiener Philharmoniker juichte dat toe, bij monde van dirigent Karl Böhm. Joodse en linkse musici werden ontslagen en belandden later in kampen. De beeltenissen van Joodse componisten, zoals Gustav Mahler, verdwenen van de muur. Overigens waren de wortels van de familie Strauss – de belangrijkste leveranciers van het repertoire bij het nieuwjaarsconcert – ook Joods. Maar hun muziek was dermate populair en verweven met het Oostenrijkse volk, dat Hitler die onmogelijk kon verbieden of negeren. En daarom kozen de nazi’s voor een andere aanpak: het uitwissen van alle Joodse sporen uit de Strauss-familiegeschiedenis.
Belangrijke dirigent in die oorlogsjaren was Clemens Krauss (1893-1954).
krausHij kende nog de glorie van het keizerlijke hof in Wenen, waar hij in de beginjaren van de twintigste eeuw als koorknaap zong. Zijn verhouding met de nazi’s blijft onduidelijk. Die tijd is omgeven met mysteries en paradoxen. Of zoals het muziekblad Gramophone schrijft: ‘Accepteerde Krauss de dictaten van de nazi’s om de hoogste posities te bereiken in Berlijn, Wenen en München, en runde hij tegelijkertijd met twee Engelse zussen en zijn vrouw – sopraan Viorica Ursuleac – een netwerk dat Joden hielp te ontsnappen aan de concentratiekampen?’ In 1947 hieven de naoorlogse machthebbers zijn beroepsverbod op, en mocht Krauss weer aan het werk, met onder meer zijn geliefde Wiener Philharmoniker.

Democratisch maar ook conservatief

wienerDe muzikale tradities van de Wiener Philharmoniker worden al sinds 1842 van vader op zoon doorgegeven. Dat heeft ertoe geleid dat het orkest een geluid heeft dat je herkent uit duizenden. Maar volgens critici groeide het gezelschap daardoor ook uit tot een gesloten conservatief bolwerk, waarin nauwelijks plek is voor vrouwen en etnische minderheden. Pas in 1997 nam de Wiener voor het eerst een vrouw in vaste dienst. Harpiste Anna Lelkes werkte toen al meer dan een kwart eeuw als freelancer voor het orkest. Wie lid van de vaste kern wil worden, moet een lange weg afleggen, want het karakteristieke geluid is heilig in Wenen. De musici dienen eerst drie jaar te spelen in het orkest van de Wiener Staatsoper, voordat ze in aanmerking komen voor de Philharmoniker. Wie vervolgens door de audities komt, gaat een strenge proeftijd van nog eens drie jaar tegemoet.
Sinds 1933 heeft het gezelschap geen officiële chef-dirigent meer. Het werd in 1842 juist opgericht door orkestmusici, die het zat waren om speelbal te zijn van grote dirigentenego’s. Daarom worden alle besluiten genomen door een comité, samengesteld uit leden van het orkest. En dat is weer zo’n paradox: het meest conservatieve ensemble ter wereld blijkt ook het meest democratische. De muziekwereld is er ambivalent over. Enerzijds regent het kritiek op de rigide beslotenheid van het Weense orkest, anderszijds is er bewondering voor de mooie en herkenbare klank, die juist voortkomt uit deze strenge en ouderwetse regels.


rieu shosLees en luister ook