Top 10 Tenoren

illustratie tenoren

Wie zijn de grootste tenoren uit de muziekgeschiedenis? Een Top 10 maken is een heikele zaak. En zo hoort het ook. Maar operakenner Warwick Thompson zet zijn favorieten op een rij. Wie zijn jouw favorieten? Staan ze er allemaal bij?

iso-8859-1__enrico-caruso_square_300x300_220x220Caruso: van straatzanger tot operaster

De Italiaan Enrico Caruso (1873-1921) was de eerste wereldster van de grammofoon. Als eerste artiest verkocht meer dan een miljoen platen. Dat was geen verrassing. Zijn sensationele stem en indrukwekkende kracht zorgden ervoor dat kunst en hart elkaar konden ontmoeten in zijn zang. Nog steeds is hij een voorbeeld voor tal van tenoren. Componisten zoals Giacomo Puccini schreven rollen voor zijn stem. Caruso kwam uit een arm gezin en verdiende zijn eerste geld als straatzanger in zijn geboortestad Napels. Hij was ook dol op grappen. Zo gaat het verhaal dat hij tijdens een uitvoering van La Bohème een warme worst in de hand liet glijden van sopraan Nellie Melba, terwijl hij tegen haar de beroemde aria Che gelida manina (Je kleine hand is bevroren) zong. Ze kon er niet om lachen.


iso-8859-1__lauritz-melchior-300x300_220x220Melchior: een bariton die heldentenor werd

De Deen Lauritz Melchior (1890-1973) begon zijn loopbaan als bariton. Tijdens een voorstelling van Il Trovatore hielp hij in een duet een worstelende sopraan uit de brand met het zingen van een hoge C. Dat viel op bij een van de andere solisten, die hem vertelde dat hij – volgens haar – een tenor was ‘met een deksel op zijn stem’. Ze schreef zelfs een brief waarin ze er bij het Koninklijk Theater in Kopenhagen op aandrong hem een jaar vrij te geven om zich om te scholen. Dat mocht en Melchior groeide vervolgens uit tot een van de meest bewonderde heldentenoren van de laatste eeuw. Hij werd vooral beroemd om zijn Wagnerrollen. Zijn stem bezat iets donkers met hoorn-achtige topnoten. Hij was groot en onvermoeibaar. Gloriedagen beleefde Melchior tussen 1920 en 1940. Maar hij zong nog steeds met succes tot zijn zeventigste, niet alleen in opera maar ook in Hollywood musicals.


iso-8859-1__beniamino-gigli-300x300_220x220Gigli: ‘Eindelijk, we hebben dé tenor gevonden.’

De Italiaan Beniamino Gigli (1890-1957) werd bejubeld als de gedoodverfde opvolger van Caruso, na diens vroegtijdige dood op 48-jarige leeftijd. Hij blonk uit in dezelfde rollen in de Metropolitan Opera in New York. Zijn mooie en zoete stem was minder groot dan die van Caruso, maar bezat wel genoeg kracht om in alle hoeken van de grote zalen te weerklinken. Hij haatte de bijnaam Caruso Secondo en gaf de voorkeur aan Gigli Primo. Hij maakte meer dan twintig films en zong totdat hij ver in de zestig was. Hij was de zoon van een schoenmaker, die ook koster was van de kathedraal in Recanati. Daar zong hij als jongen in het koor. Toen Gigli op zijn vierentwintigste het zangconcours in Parma won, verzuchtte een jurylid: ‘Eindelijk, we hebben dé tenor gevonden.’ Hij volgde Caruso op in de Met in de jaren twintig, maar vertrok toen het operahuis – na de beurskrach van 1929 – de sterren vroeg om salaris in te leveren. Hij keerde terug naar Italië, waar zijn reputatie besmeurd raakte door zijn sympathieën voor de dictators Benito Mussolini en Adolf Hitler. Na de oorlog kreeg hij daarom een zangverbod in het Oostblok en de Verenigde Staten.


iso-8859-1__jussi-bjorling-300x300_220x220Het karakteristieke Björling-geluid

De Italiaanse tenor Luciano Pavarotti zei eens dat hij de Zweed Jussi Björling (1911-1960) meer bewonderde dan iedere andere tenor, en dat diens stem zijn grote voorbeeld was. Het is niet moeilijk te horen waarom. Björlings stem is puur en helder en kon magisch opzwellen naarmate hij hoger en luider werd. Zijn vader was een tenor, die zijn kinderen een gedegen muzikale opvoeding gaf. Als kind toerde hij al met zijn broers door Zweden en de VS. Daar ontstond wat later beroemd werd als het typische Björling-geluid. Hij debuteerde aan het slot van zijn tienerjaren bij de opera in Stockholm en maakte zijn eerste plaatopnamen. Na de oorlog werd hij een van de grote sterren bij de Metropolitan Opera in New York, waar het publiek hem omdoopte tot de ‘Zweedse Caruso’. Alcoholisme ondermijnde zijn gezondheid. Op 15 maart 1960 kreeg hij een hartaanval voorafgaand aan La Bohème in het Londense Covent Garden. Niettemin zong hij gewoon die avond. Een halfjaar later werd de hartkwaal hem uiteindelijk op 49-jarige leeftijd fataal. De Finse componist Jean Sibelius noemde Björling ‘een genie’ en vakgenoten vergeleken zijn beheersing van de zangtechniek met die van violist Jascha Heifetz en cellist Pablo Casals op hun instrumenten.  


iso-8859-1__nicolai-gedda-300x300_220x220Gedda: ‘Een door de hemel gezonden tenor’

Ook uit Zweden komt Nicolai Gedda, die deze zomer negentig werd. Hij groeide uit tot de Mozart-tenor van de afgelopen eeuw, beroemd om de gepolijste, gelijkmatige stem, prachtige frasering en muzikale intelligentie. Zijn ouders waren te arm om hem groot te brengen en wilden hem eerst naar een weeshuis brengen. Uiteindelijk werd hij opgevoed door zijn tante, die trouwde met een Rus, een cantor in de Russisch-Orthodoxe Kerk. Hij werkte als bankbediende, toen hij bij toeval werd ontdekt. In 1948 deed hij auditie voor platenbaas Walter Legge, die tranen van ontroering nauwelijks kon bedwingen en in een brief aan zijn vrouw sprak over ‘een door de hemel gezonden tenor’. Onder Legge werd Gedda de ‘huistenor’ van het label EMI, waarop hij honderden opnamen uitbracht. Hij zong alles even vloeiend, of het nu Zweeds, Russisch, Duits, Frans, Engels of Italiaans was. En tot op hoge leeftijd: op zijn 78ste maakte hij nog opnamen.


iso-8859-1__jon-vickers-300x300_220x220Vickers ‘offerde’ zijn leven voor de kunst

De Canadees Jon Vickers stierf afgelopen zomer op 88-jarige leeftijd. Hij bezat niet alleen een grote stem en een opwindend geluid, maar ook veel acteertalent. Zijn optredens als Wagnerheld Tristan zijn legendarisch geworden. Zijn naam is ook voor altijd verbonden met de hondsmoeilijke rol van Aeneas in Les Troyens van Berlioz, sinds die in 1957 voor het eerst in zijn geheel werd uitgevoerd. Hij kwam ter wereld in een arm boerengezin. Als kind zong hij in het kerkkoor. Bij toeval werd hij ontdekt tijdens een semiprofessionele operette. Een van de zangeressen nam stiekem zijn stem op en stuurde het bandje naar het conservatorium in Toronto, dat hem een beurs toekende. Vickers was een diepgelovig man. Hij verliet de set van de Wagner-opera Tannhäuser, omdat hij het werk godslasterlijk vond. Buiten het operapodium leidde hij een teruggetrokken leven. Maar hij was een groot kunstenaar, die bij de eerste repetitie niet alleen zijn eigen rol al bleek te kennen, maar ook die van zijn tegenspelers. Op zijn 75ste droeg hij een gedicht voor in het Londens Wigmore Hall. ‘Hij spreekt zoals hij eens zong’, schreef een krant, ‘met dat mengsel van verfijndheid en ruwe kracht.’ Zelf zei hij: ‘Ik heb mijn leven opgeofferd voor de kunst. Het bestaan zou leuker zijn geweest als boer.’


iso-8859-1__pavarotti_446x446_1_220x220Pavarotti: de koning van de hoge C

Zelfs mensen die weinig van klassieke muziek weten, herkennen meteen de stem van de Italiaan Luciano Pavarotti (1935-2007): de zilveren toon, bewegelijke stem en moeiteloze topnoten. Dat bleek zijn grote kracht. Al bij de eerste noot wist iedereen wie er zong. Door slimme commerciële strategieën groeide hij als persoonlijkheid en zanger boven de opera uit. De wereld leerde hem kennen in duetten met popsterren als Sting, Bono en Elton John en als een van de Drie Tenoren – de anderen waren Plácido Domingo en José Carreras – die in de Romeinse Thermen van Caracalla het slotconcert zongen van het WK-voetbal in Italië. De aria Nessun dorma was de titelsong van dat eindtoernooi in 1990. Voetbal leek de jonge Pavarotti ook wel wat. Hij wilde aanvankelijk liever doelman worden, maar die droom ging in rook op. In plaats daarvan werd hij ‘de koning van de hoge C’, zoals zijn bijnaam luidde. Als geen ander leek hij de emotionele kracht te begrijpen van de woorden die hij zong. Zijn glorietijd beleefde hij in de jaren zeventig en tachtig. Na de Drie Tenoren werd hij wel een wereldhit, maar leek dat ten koste te gaan van zijn stem en kunstenaarschap. Wel won hij door zijn optredens in stadions en met popsterren een nieuw publiek voor de opera.


iso-8859-1__domingo_2002_06_b_300x300_220x220De lange loopbaan van Domingo

Spanjaard Plácido Domingo (1941) begon als bariton in de operette, maar wist met hard werken en veel intelligentie zijn stem om te vormen. Weinig tenoren zongen zo’n breed repertoire als Domingo. Hij lijkt werkelijk van alle markten thuis en acteert even gemakkelijk in een barokopera als in Wagner. Al ruim in de zeventig is hij weer bij zijn vertrekpunt aangekomen en zingt opnieuw als bariton. Hij speelde een onwaarschijnlijk aantal van 147 verschillende rollen. Hij werd op het podium geboren: zijn ouders zongen in de Spaanse operettevorm Zarzuela. Zij begonnen een eigen gezelschap in Mexico, waarin ze de jonge Plácido af en toe lieten optreden. In zijn jonge jaren verdiende hij ook geld bij door als pianist balletdansers en andere zangers te begeleiden. Net als Pavarotti waagde hij zich ook buiten de gebaande paden van de opera met crossovers, onder andere met countryzanger John Denver, en als acteur in verfilmingen van La Traviata en Otello. De jaloerse Moor uit Shakespeares drama behoort tot Domingo’s sterrollen. De beroemde Oscars winnende acteur Laurence Oliver zei: ‘Hij vertolkt Otello minstens zo goed als ik, maar hij heeft ook nog die stem.’ Hij groeide uit tot een legende in zijn eigen tijd. Tegenwoordig dirigeert Domingo vooral.


iso-8859-1__kaufmann_b2b_300x300_220x220De grootste tenor uit de nieuwe generatie

De Duitse tenor Jonas Kaufmann (1969) heeft alles. Een broeierige blik, een charisma waar je u tegen zegt en een krachtige, wendbare stem. Hij neigt naar een bariton wat hem drijft in de richting van de Wagner-opera’s. Hij lijkt de kroonprins van Domingo. In het begin van zijn loopbaan maakte hij een vocale crisis door, wat hem bijna deed stoppen met zingen. ‘Op veel avonden vroeg ik me wanhopig van tevoren af of ik wel geloofwaardig door de voorstelling heen zou komen.’
Belangrijke inspiratiebron was zijn opa, die vaak bij hen thuis kwam en aan de piano Wagner speelde en alle stemmen zong, inclusief de vrouwelijke. Na de middelbare school leek het zangersvak hem te onzeker en begon hij aan een studie wiskunde op de universiteit. Maar Kaufmann vond het niet bevredigend, deed een auditie als zangstudent en werd ter plekke aangenomen. De rest, zeggen de Engelsen dan, is geschiedenis. Momenteel is hij waarschijnlijk de grootste tenor uit de nieuwe generatie.


iso-8859-1__florez_2010_06_e_6774_300x300_220x220Dankzij Flórez maakten ‘moeilijke’ opera’s een comeback

Waar Kaufmanns stem tegen de bariton aanschurkt, zit de Peruaan Juan Diego Flórez (1973) juist aan de andere kant van het spectrum. Hij bezit de hoge en heldere noten, een glanzend timbre en een bijna schrikwekkend talent voor coloraturen. Door hem programmeren theaters weer opera’s met tenorrollen die tot voor kort te moeilijk gevonden werden.

 


operastrip-traviata-vk_220x220Lees en luister ook