Snapshot Klassiek Daten

Cécile Huijnen is violiste. Ze heeft een duo met Marieke Grotenhuis, is concertmeester van het Gelders Orkest, is solist en maakt kamermuziek. Daarnaast is zij gastpanellid bij het radioprogramma Discotabel. Cécile schrijft korte verhaaltjes over het dagelijks leven van een musicus die een kijkje in de keuken bieden. Het zijn columns met een knipoog, over vooroordelen, imago, achtergronden en de rock & roll van de klassieke muziek. Iedere maandagavond kun je haar column Snapshot Klassiek beluisteren op Radio 4 en lezen op Classics To Go.

Daten

Zoekt u een partner? En lijkt het u leuk een musicus aan de haak te slaan? Dan raad ik aan eerst zorgvuldig te onderzoeken in welke richting u zou willen daten, type-technisch gezien. Hier de smakelijkste – niet persé op waarheid berustende – clichés op een rijtje.

Een violist raad ik af. Doorgaans zijn het gecompliceerde types. Want waarom zou je een instrument kiezen waarvoor je minstens tien jaar moet studeren voordat het beter klinkt dan een krolse kat? En waarom kies je een instrument dat je een leven lang moet afbetalen? Voor romantische uitstapjes blijft niks over, en de laatste centen gaan altijd op aan de fysio. Al dat gezaag – en het gezeur over pijntjes erna – zijn niet gezellig.

Altviolisten zijn een betere keus. In de regel zijn ze begonnen als violisten, maar misten ze het haantjesgedrag. Ze schikken zich in hun lot, tussen violen en celli in. Je hebt er thuis geen kind aan, ze zijn immers gewend zich aan te passen.

Dan de cellisten. Zo op het oog gemoedelijke types, maar pas op, bepaald niet zonder ego. Ze nemen regelmatig de leiding, maar kunnen ook meewarig de ploeterende violisten aan de overkant aanschouwen.

Bassisten, die kunnen niet zonder elkaar en houden van het goede leven. Lekker eten en drinken zijn pure noodzaak. Ze hoeven weinig te studeren – een centimetertje meer of minder dondert niet op zo’n grote bas. Tijdens repetities compenseren ze hun basisrol met melige grappen en rumoerige groepsvergaderingen.

We zijn aangeland bij de houtblazers, dat zijn bijzondere lui. Ze hebben een solo-rol, maar zijn ook gewend om innig samen te werken met de collega’s van hun kleine groep. Hoboïsten zitten wel urenlang in hun eentje rietjes te snijden, ongezellig als je veel samen wil doen. Klarinettisten hangen graag de lolbroek uit en zijn relaxed van aard. Fagottisten ook trouwens – goeie lobbesen – ze zijn als partner niet al te gecompliceerd. Fluitisten kunnen onverwacht haaibaaierig zijn, maar als doorgeschoten blokfluitkinderen hangt er een zweem van onschuld omheen. Net als bij harpisten, al is überdude Remy van Kesteren hard bezig om dat imago te veranderen.

De koperblazers! Die zijn recht voor hun raap en maken het meeste lawaai – op alle fronten. Op concertdagen studeren ze wat minder om hun embouchure te sparen. Tijd over dus om te koken en de kinderen te managen. Het zijn wel kletsmajoors. In het orkest hebben ze vaak minutenlang niks te spelen, dus de rest van het orkest en de dirigent worden uitgebreid door de mangel gehaald. Je moet ertegen kunnen.

Tot slot, achterin het orkest, zie je bij het slagwerk vrolijke en voorkomende, maar ook licht neurotische figuren. Gelukkig studeren ze meestal niet thuis. Hun gear staat ergens in de omgebouwde schuur of orkestruimte, dus je hebt er weinig last van. Ze zijn wel scherp, want als ze die ene bekkenslag missen omdat ze 232 maten rust hebben geteld in plaats van 231, is het effect van een complete symfonie naar de haaien.

In financieel opzicht zou ik alle verwachtingen meteen naar beneden bijstellen. In de regel hebben musici geen nagel om hun kont te krabben (waarover volgende week meer). Het mag de pret niet drukken, want je mag voor weinig geld mee naar de concerten. En je deelt in de kick erna. Maar berg je als het niet goed is gegaan, dan zijn we allemaal níet zo gezellig.



Aanbevolen opnamen


Lees en luister ook