Muziek en Plagiaat

cd toaster
© iStock

‘Kleine kunstenaars lenen, grote kunstenaars stelen’, zei componist Igor Stravinsky. Tegenwoordig zien we plagiaat als een doodzonde, maar in vroeger tijden was het doorgaans een manier om een andere componist eer te bewijzen.

‘Was mij schoon van alle schuld, reinig mij van mijn zonden’

Wie zoekt naar plagiaat, kan een leven lang verdwalen in een oerwoud van noten. De voorbeelden zijn eindeloos. Iedereen deed het, zelfs de vader van de klassieke muziek, Johann Sebastian Bach. Hij schreef tal van werken met als basis soloconcerten van met name Italiaanse meesters zoals Antonio Vivaldi, Alessandro en Benedetto Marcello en Giuseppe Torelli. Vaak ging het om vioolconcerten die hij vertaalde naar een van zijn eigen instrumenten: het orgel of de klavecimbel. Dat gaf Bach de kans om deze door hem bewonderde muziek zelf uit te voeren, zelf aan den lijve te ervaren. Musicologen vermoeden dat overschrijven en bewerken van andermans partituren Bach hielp om verschillende stijlen onder de knie te krijgen, en zijn eigen stem als componist beter uit te laten kristalliseren. We danken er prachtige muziek aan, waarin de oorspronkelijke compositie ineens iets ontegenzeggelijk Bachiaans krijgt. Hij maakte in totaal negen bewerkingen van Vivaldi-concerten, waarschijnlijk voor prins Johann Ernst, de neef van zijn toenmalige broodheer in Weimar, die op een rondreis in Amsterdam de partituur kocht van Vivaldi’s verzameling concertbundel L’estro armonico.

De stijl van de Italiaanse vioolvirtuoos zou later een belangrijke invloed vormen bij het componeren van zijn eigen vioolconcerten. Bach integreerde Vivaldi’s aanpak in zijn eigen muziek en kwam op die manier tot iets nieuws. Nog sterker naar plagiaat riekt Bachs bewerking van het Stabat Mater van de jong gestorven Pergolesi. Hij verving de Latijnse tekst door de Duitse vertaling van Psalm 51, wat de titel Tilge, Höchster, meine Sünden opleverde, al kon hij ook niet nalaten hier en daar nog zijn eigen inzichten aan de melodielijn toe te voegen. De kern van de psalm is een gelovige die God smeekt: ‘Was mij schoon van alle schuld, reinig mij van mijn zonden.’ Dus het plagiaat is Bach bij voorbaat vergeven.

De 37ste Symfonie van Mozart bleek in werkelijkheid van Michael Haydn

Voor zijn beroemde Requiem liet Mozart zich inspireren door de dodenmis van Michael Haydn, de jongere broer van Joseph, die hij leerde kennen in zijn geboortestad Salzburg. Haydns Requiem was bedoeld als eerbetoon aan aartsbisschop Sigismund, die in december 1771 stierf. Eerder noch later schreef Haydn zulke roerende en wonderbaarlijke muziek. Misschien speelde bij het componeren de herinnering mee aan zijn dat jaar overleden dochter. De bijna zestienjarige Mozart woonde met zijn vader de eerste drie uitvoeringen bij van dat Requiem in januari 1772. Hij was er diep van onder de indruk. Zozeer zelfs dat hij het als model gebruikte voor zijn eigen dodenmis. Zijn genie bracht Haydns ideeën op een nog hoger niveau, zoals Mozart wel vaker deed. Joseph Haydn geldt als uitvinder van de symfonie en het strijkkwartet, vormen die ‘het wonder uit Salzburg’ verder vervolmaakte.
Er klonk wel vaker muziek van deze jongere Haydn in Mozarts hoofd. Zijn 37ste Symfonie bleek – zo werd ontdekt in 1907 – bijna een kopie van Michael Haydns 25ste Symfonie, met een nieuw langzaam deel en wat aanpassingen in de instrumentatie. Musicologen trokken drastische conclusies: het werk werd toegekend aan Haydn, waardoor Mozart geen 37ste Symfonie meer heeft.

Bachs eerste prelude werd in handen van Gounod een Ave Maria

De lijst van plagiaatzaken is eindeloos. Veel componisten schreven ook eigen werk over. Menig aria uit zijn opera’s kwam in instrumentale vorm terug in de Concerti Grossi van Georg Friedrich Händel, die ook graag ‘citeerde’ uit werk van minder bekende tijdgenoten. En als ze zich daarover kwamen beklagen, dan luidde zijn antwoord iets in de trant van: ‘Doordat ik jouw muziek gebruik, wordt zij niet vergeten.’
Doorgaans was het plagiëren ook een manier om bewondering uit te drukken voor de muziek van anderen. Ferdinand Ries, die in dienst was van Beethoven als kopiist en secretaris, schreef een Derde en Vijfde Symfonie, waarin de invloed uit de gelijknamige werken van zijn leermeester hoorbaar is. En dat gebeurde wel vaker. Dikwijls werd ook de naam van de oorspronkelijke componist vermeld. Liszt vertaalde talloze werken naar de piano, zoals de Campanella uit Paganini’s Tweede Vioolconcert. En soms was het ook andersom, dan werd een stuk voor één instrument opgetuigd voor een grotere bezetting, zoals de eerste prelude over Bachs Wohltemperierte Klavier, waarvan Gounod een Ave Maria maakte.
De Britse priester en schrijver William Inge oordeelde mild over het verschijnsel. ‘Originaliteit is onontdekte plagiaat’, zei hij. En ook de schilder Paul Gauguin had een heldere kijk op de materie. ‘Kunst is of plagiaat of revolutionair’, vond hij. In de klassieke muziek is er in elk geval nooit echt moeilijk over gedaan. Plagiaat betekende tenslotte meestal ook erkenning voor de muziek die overgeschreven werd.


Filmmuziekcomponist John Williams citeert Stravinsky, Mahler en Tsjaikovski


olafur-arnalds-and-alice-sara-ott-live-c-hedinn-eirikssonn_mercury-classics-446_220x220Lees en luister ook