Album van de week Ólafur Arnalds

Ólafur Arnalds & Alice Sara Ott

Hij begon als drummer van hardcore punk en heavy metal, maar de IJslander Ólafur Arnalds viel voor het klassieke instrumentarium. Zijn nieuwe album is een ode aan zijn grootmoeder, die hem als kind opvoedde met de klanken van Frédéric Chopin.

Muziek als een traag open en dicht kierende deur

Punk en heavy metal, daar is niet al te veel ingewikkelds aan, vindt Arnalds. ‘Je schreeuwt iets tegen iemand en loopt vervolgens weg.’ Maar voor de wat paradoxalere gevoelens van de mens voldoen ze niet. In de muziek die hij maakte bij de Britse televisieserie Broadchurch moest Arnalds steeds dieper in situaties, karakters en onderlinge verhoudingen afdalen – het noodzaakte hem om zijn emotionele bereik als componist te verbreden, want hij moest alle kanten van het leven zien te verklanken. Het leverde de tegenpool van punk en heavy metal op, de noten gooien geen deuren dicht, maar zetten die op een nieuwsgierige kier, ze bewegen traag heen en weer in hun posten, de ene keer lijken ze zich te sluiten, maar dan waaien ze weer open, al is het nooit genoeg om precies te zien wat zich achter deze deuren bevindt. Daarvoor moet je als luisteraar bereid zijn om er doorheen te stappen.

Arnalds versterkt de verhalende en emotionele kracht van Chopin

the chopin projectDe melancholie is nooit ver te zoeken in Arnalds muziek. Zijn noten stemmen tot nadenken. Het is verleidelijk in zijn composities de enorme lege landschappen van IJsland te herkennen. Ze bestaan ook uit lange klanken, die naadloos in elkaar overlopen, de horizon ligt zo ver weg dat we hem niet of nauwelijks kunnen zien, de grens tussen land en lucht, of water en lucht lijkt ergens in de verte op te lossen. Er zit iets eindeloos in de muziek, alsof hij uit het niets geboren wordt en daar ook weer naar terugkeert: zonder begin of einde. De melancholie is nooit ver weg. En dat is ook Scandinavië eigen. De Zweedse tennisser Stefan Edberg zei daar jaren geleden wel iets moois over. Toen hem gevraagd werd waarom hij slechts zelden lachte, antwoordde hij: ‘Wie opgroeit in een land waar het negen maanden van het jaar winter is, krijgt geen zonnig karakter mee.’ Die melancholie schuilt ook in Arnalds nieuwe album The Chopin Project, dat hij maakte met pianiste Alice Sara Ott. Daarop versterkt hij in zijn eigen interpretaties de verhalende en emotionele kracht van de muziek van Chopin.

Chopin rijst als een dolend spook in alle eenzaamheid voor je op

Als kind liet zijn oma Arnalds kennismaken met Chopin, een componist die zijn melancholieke aard, zijn heimwee, in noten vertaalde. De laatste jaren rijpte in Arnalds hoofd het idee om iets met deze muziek te doen, iets anders. Hij verbaasde zich erover dat bij klassieke opnamen alles altijd gericht is op het volmaakte. Arnalds wilde een minder gepolijste versie van Chopin, gespeeld op piano’s die hij in kroegen in Reykjavik vond, in ruimtes die niet geluiddicht waren; het gaat hem niet om technische perfectie, maar om de sfeer die Chopin oproept. Met de Duitse pianiste Alice Sara Ott schiep hij een eigen Chopin-universum. En het werkt. Chopin rijst in al zijn eenzaamheid voor je op, als een spook doolt hij door de muziek. Ongetwijfeld niet ieders smaak, maar Arnalds vindt wel een manier om te laten horen dat de Poolse componist van twee eeuwen geleden ook nu nog tot nieuwe muziek kan inspireren.


ylsLees en luister ook: