Focus De Berlijnse muur viel

Brandenburger Tor 1989

Een kwart eeuw geleden viel de Berlijnse Muur. In die dagen pakte cellist Rostropovitsj een stoel en speelde voor het met graffiti bekladde symbool van schaamte, Barenboim en de Berliner gaven een gratis concert voor DDR-burgers in West-Berlijn. Leonard Bernstein bracht een maand later een ode aan de Freiheit. Maar de afbraak van de Muur begon in Leipzig, bij onder meer dirigent Kurt Masur.

De Leipziger Nicolaikirche, waar menig werk van Johann Sebastian Bach zijn première beleefde, was in de jaren tachtig elke maandag een ontmoetingsplek waar Oost-Duitse dissidenten samen baden en spraken over politiek. In het begin ging het maar om een tiental, maar naarmate de jaren verstreken, druppelden er langzaam meer mensen de kerk in. En in de herfst van 1989 groeiden de maandagse bijeenkomsten uit een nationale protestbeweging. De DDR-inwoners wilden niet langer zuchten onder de communistische dictatuur, ze verlangden vrijheid.
De plotselinge val van de Muur begin november 1989 overschaduwde de massale maandagse protesten vanuit de Nicolaikirche in Leipzig, waar de mensen risico’s durfden te nemen die de Berlijners niet wilden lopen. De gevreesde geheime dienst Stasi zette dat jaar vele dissidenten gevangen vanwege hun bezoeken aan de Nicolaikirche op maandag. Eind september pakten de agenten ook de beide geestelijken van de kerk, Führer en Wonneberger, op. Er moest een einde komen aan de bijeenkomsten, maar voor de maandagse protestbeweging was er geen weg terug. DDR-politici prezen in die tijd het bloedige ingrijpen van China op het Plein van de Hemelse Vrede. Begin oktober begon ook in Leipzig het politiegeweld van de politie. Oost-Duitsland hield zijn adem in. Wat zou er gebeuren in de stad waar Maarten Luther al eerder een revolutie had gepredikt, de Reformatie, de gebeurtenis die de componist Felix Mendelssohn had herdacht in zijn Vijfde Symfonie?

‘Laat dit Maandagse Protest toe’,  vroeg dirigent Masur de politie

Op maandag 9 oktober besloten de activisten in de Nicolaikirche door te gaan met de demonstraties. Iedereen bereidde zich voor op het ergste. Geruchten spraken over extra zakken bloed en bedden in de ziekenhuizen en stadions die werden ingericht om gearresteerde massa’s op te sluiten. De straten van de stad vulden zich met politie en militairen. Om vijf uur die middag verzamelden zich ruim 8000 mensen samen in de Nicolaikirche. Meer pasten er niet in. Vier andere kerken openden hun deuren voor de duizenden andere demonstranten. Na een kerkdienst van een uur kwamen ze naar buiten. Het nabije Augustusplatz stond vol mensen die zwaaiden met brandende kaarsen. Zo’n 70.000 inwoners van Leipzig kwamen hun vrijheid opeisen. ‘Wij zijn het volk’, stond er op de spandoeken. Om de zaken niet uit de hand te laten lopen, spraken een aantal prominent Leipzigers de menigte en de oproerpolitie toe. De belangrijkste onder hen was dirigent Kurt Masur, chef van het Gewandhaus Orchester. Masur riep in zijn toespraak op tot vrijheid van meningsuiting in de DDR, bekritiseerde de autoriteiten voor het geweld tegen demonstranten de dagen daarvoor, en vroeg aanwezige agenten en militairen om Berlijnse bevelen tot bloedig ingrijpen te negeren. ‘Laat dit Maandagse Protest toe’, zei Masur.

Het bevrijde volk zag in Masur de nieuwe president

De stoet bewoog zich langzaam voort door Leipzig, langs het Stasi-hoofdkwartier. De straten waren verstopt, steeds meer mensen sloten zich aan. Het politieke systeem was verlamd. De spanning liep op, maar de oproerpolitie greep niet in. De demonstranten droegen slechts kaarsen en spandoeken. Wel plaatste de Stasi infiltranten in de menigte om onrust aan te wakkeren, zodat er een aanleiding zou ontstaan om met geweld in te grijpen, maar de stoet bleef rustig en zong ‘geen geweld’. Die 9de oktober had grote gevolgen, want in meer Oost-Duitse steden begonnen maandag-demonstraties of mensen kwamen naar Leipizig om zich aan te sluiten. Eind oktober had het aantal demonstranten in de straten zich meer dan verviervoudigd tot zo’n 300.000 mensen. Het leverde Leipzig de bijnaam Heldenstadt op. En één van de helden was dirigent Kurt Masur. ‘Ik was slechts een van de mensen die hun angst overwonnen’, zei hij zelf jaren later. Maar de bevolking dacht daar anders over. Tijdens het eerste concert in het Gewandhaus na zijn toespraak kreeg hij bij binnenkomst een ovatie van tien minuten. Velen zagen in hem ook de nieuwe president van de republiek, maar Masur bedankte voor de eer. Hij stond liever op de bok, dan dat hij zat op het pluche. Ook als dirigent was hij geen man van de macht. Dat werd wel duidelijk toen hij jaren later chef werd van het door intriges geplaagde New York Philharmonic. Hij bracht het orkest terug aan de wereldtop, niet door autoritaire hand, maar door de musici de boodschap mee te geven: ‘Ik zoek niet naar succes, maar naar waarheid, naar jullie hart, jullie geest en jullie gevoelens.’

Barenboim vierde val van de Muur met gratis concert

Precies een maand na dat gedenkwaardige protest in Leipzig – dat de sluizen opende – viel plotseling de Berlijnse Muur. Die historische 9de november werkte dirigent Daniel Barenboim met de Berliner Philharmoniker aan een opname van Beethovens Zevende Symfonie. De volgende ochtend besloten hij en de musici dat ze deze gebeurtenis niet ongemerkt voorbij mochten laten gaan. Ze planden de zondagavond erna een gratis concert in West-Berlijn voor DDR-burgers. Tijd om kaarten te drukken was er niet. De mensen mochten naar binnen op vertoon van hun Oost-Duitse identiteitskaart. Vanaf vier uur in de middag ontstond er een lange rij, die zich uiteindelijk om de Philharmonie heen slingerde. Na het concert kreeg Barenboim in zijn kleedkamer een bos bloemen van een oudere vrouw, die dankzij de val van de Muur na dertig jaar weer met haar zoon werd herenigd.

Rostropovitsj speelde Bach bij Checkpoint Charlie

De Russische cellist Mstislav Rostropovitsj ging in 1974 in ballingschap. Op 9 november 1989 verbleef hij in zijn Parijse woning, toen hij per telefoon hoorde over de val van de Muur. Twee dagen later reisde hij in een geleende privéjet van een rijke vriend naar Berlijn. Hij wilde naar het beruchte Checkpoint Charlie, de beroemdste grensovergang tussen Oost en West. Daar scharrelde hij een stoel op, ging zitten voor de ‘Muur van Schaamte’ en begon aan de openingsnoten van Bachs Eerste Cellosuite. Hij begon met de vrolijke klanken om de nederlaag van de dictatuur te vieren, om vervolgens in donkere en melancholische tonen de mensen te gedenken die bij de Muur een zinloze dood gestorven waren. Zelf noemde hij dit optreden ‘het mooiste moment uit mijn leven, want deze muur brak mijn hart in twee stukken’.

Bernstein bracht geen ode aan de Freude, maar aan de Freiheit

Op Eerste Kerstdag 1989 was er dan de officiële viering van de val van de Muur. Leonard Bernstein dirigeerde de Negende Symfonie van Beethoven, waarin de Ode aan de Vreugde in het slotdeel de Ode aan de Vrijheid werd. Er waren altijd al verhalen dat Schiller in zijn beroemde gedicht met Freude eigenlijk Freiheit bedoelde. Maar dat woord was in zijn tijd politiek te beladen. Volgens Bernsteins biograaf Humphrey Burton markeerde deze gebeurtenis het hoogtepunt in het leven van de dirigent. Hij leidde die avond een orkest met musici uit alle grote gezelschappen ter wereld en een keur van solisten en koren. ‘Het was’, schreef een journalist, ‘meer dan een concert: de vele musici – onder wie een kinderkoor – staken een toorts aan voor de liefde en het verlangen naar vrijheid.’


auschwitzLees en luister ook